Het is zomer, de voorjaar Staycation in Amsterdam is afgelopen. In de voorgaande 5 afleveringen heb ik veel beschreven over buurten, over film, over culturen.. maar wat hou ik er nou aan over?

Ik ben pas halverwege de trip begonnen met bloggen; de eerste weken zat er nog weinig structuur in mijn beleving. In die eerste weken zijn ook veel wijken en podia bezocht., lees ik in mijn dagboekje over deze periode. Dat dagboekje waarin ik zat te schrijven toen die vrouw naast me kwam zitten in Noord..

Ik heb ook mijn kleindochters bezig gezien; naast hun studie werkend in de horeca, de ene heeft net een spinternieuwe kamer betrokken in een flat op 9 hoog pal op Station Sloterdijk; zij wonen in de stad. Misschien vertrekken ze na hun studie naar een andere stad, of een paar jaar later; dat is een beetje de ‘natuurlijke gang der dingen’. Op 14 juni stond er een stuk in de NRC over de stad als hotel; meer ‘kort verblijf’ dan je zou wensen.

Elke week een voorstelling of concert, elke week een film: al met al een culturele optocht langs de podia en de filmhuizen van de stad. Er is écht elke week weer iets interessants – naar mijn smaak.. Ook tentoonstellingen zijn er bijna onbeperkt, in musea, op locaties in de vorm van cultuur- en architectuurpunten, ook in de minder centraal gelegen wijken. De Toeristische Toppers, daar moet je ruim van tevoren reserveren en in de rij staan. In zo’n decentraal kunst – of architectuurcentrum ben je vaak de enige bezoeker, heb je alle tijd en kom je allicht tot een interessant gesprek over wat er te zien is. Van kunst uit de eigen wijk (Bijlmermuseum Oscam-open space ) tot informatie over de ontwikkeling van de Westelijke Tuinsteden in het Van Eesteren paviljoen.

En dan ook elke week de wijken in: mijn ogen uitgekeken in Nieuw West, in Noord, op de Oostelijke Eilanden, Betondorp, de Grachtengordel, de Indische Buurt, de Bijlmer, de Westergasfabriek, de Houthavens, Vondelpark, Surinameplein, Osdorp.. In de wijken, daar gebeurt veel. Daar wonen de Amsterdammers elk in hun eigen bubbel en ervaren ze de veranderingen aan den lijve; de andere bubbels komen naar je toe..

Want wat is de stad?

Een levend organisme, dat steeds in verandering is. En enorm gegroeid.. Je denkt Grachtengordel, en dan: de Ring.. Zo’n 25 jaar geleden maakte ik een NIVON wandeling ‘Rondje Amsterdam’; 150 kilometer, ruim langs de randen van de stad. Veel parken, rafelranden met onduidelijke handeltjes, en vanaf een bepaald moment, blikkerend aan de horizon, vrij in de ruimte: de Arena! Bijna al die rafelranden van toen zijn inmiddels opgeslokt. (Gelukkig zijn in de wijdere omgeving nog veel groene gebieden behouden.) Maar ook binnen de stad is er steeds verandering.

Toen ik een paar weken geleden voor het eerst op station Nieuwmarkt uitstapte zag ik in dat station de gedenktekens aan de strijd om de wijk: vrienden van mij woonden daar ooit in een kraakpand en kregen een woning aangeboden als onderdeel van het proces van verandering: de aanleg van de metro. Dat proces ging gepaard met lichtelijk gewelddadige actie. De tijd van Geen woning Geen kroning. Op Station Nieuwmarkt zijn de beelden nog te zien. Tussen de sloop-muren: de foto’s van toen. Met de teksten.

Jaren 2000 was ik betrokken bij ‘vrijplaatsen’ (ook wel ‘broedplaatsen’) in Amsterdam. Het Volkskrantgebouw was leeg gekomen en met als hoofdaannemer Urban Resort gingen kunstenaars en startende ondernemers daar aan de slag. Daar werd voor het eerst ook expliciet aandacht besteed aan de sociale structuur in het pand en kwamen er spelregels. Dat werkte redelijk – en het werd hip! Op de bovenste verdieping kwam open horeca en dat wás wat. Het volgde in de tijd POST CS op : het oude postgebouw vlakbij CS waar ook mooie dingen gebeurden, zoals het Tijdelijk Stedelijk, toen het Stedelijk in verbouwing was. Inmiddels is in het Volkskrantgebouw het Volkshotel gevestigd maar het profileert zich nog steeds als wat het ooit was..

In die tijd omarmden we Richard Florida: The Creative Class. Geef de creatievelingen ( breed geïnterpreteerd) de ruimte en de stad zal bloeien. Kom ik later nog op terug.

Onder invloed van de techniek / de economie is er steeds weer wat nieuws: de kranten gaan over op een ander technisch proces en hebben dat gebouw niet meer nodig. En, grootschaliger: het hele havenbedrijf is weg uit de stad. Dat betekent dat er ruimte vrij komt voor iets anders. Vaak is dat woningbouw, want er zijn nog steeds heel veel mensen die in Amsterdam willen wonen. Een onderdeel van de haven valt stil; de leegstaande panden worden legaal of illegaal in gebruik genomen door allerlei marginale activiteiten (kunstenaars en startende ondernemers, maar voor je het weet komen er ook activiteiten in van minder gewenste aard – vandaar dat de gemeente een rol toekent aan Urban Resort). Die activiteiten geven het soort bloei dat veel mensen interessant vinden in de stad, het werkt als een magneet. Wat te denken van de Foodhallen in die oude remise, met ook een film-tak?

Na verloop van tijd komt er een ‘serieuze’ ondernemer met een plan en dan is het afgelopen met de broedplaats. De locatie wordt ‘gewit’, al dan niet met sloop / nieuwbouw. En de creatieve karavaan trekt verder.. totdat er niks meer is??

Op wijkniveau heb je het over grotere plannen; denk aan de eerste grote uitleg van Amsterdam met de verschillende gordels van de Grachtengordel, en er achteraan de hoek met de Nieuwe Herengracht c.s.

Plan Zuid. De Tuinsteden (West en Betondorp). De Bijlmer: nieuw concept maar het bood toch niet wat beloofd was dus er werd al vrij snel weer ingegrepen. De herinrichting van de Oostelijke Eilanden (Borneo- eiland, Java- eiland.. ) allemaal met hun specifieke opzet, en inzet om waar mogelijk oude gebouwen te behouden. Het hele Westerdoks gebeuren, waar de Silodam al snel eigenwijs een combi werd van hergebruik van een oud pakhuiscomplex en een nieuw gedeelte. En later die inrichting met glazen woon- en kantoorgebouwen, met aandacht voor zichtlijnen.

IJburg, op een plek waar eerder nog niets was. Wel meteen een tram er naartoe, maar dan ruzie over hoeveel fietsen er in mogen. Het strand, de horeca in Kaap Kot, het Blauwe Huis als voorziening voor 5 jaar om er ruimte voor culturele activiteiten in te brengen, een initiatief van Jeanne van Heeswijk. Zeg maar: voor wat bij de inrichting van de wijk vergeten was. Een bibliotheek, een bloemenstal, een geestelijke, een chillruimte, een moestuin, creatieve bijeenkomsten.. en het bestaat – in een andere vorm – nog steeds

De Houthavens, een vriendelijke wijk met groen, water en autovrije straten, op de plek van de oude Houthavens en aansluitend bij de buurt waar de eerste sociale woningbouw tot stand kwam, waar nu het Museum Het Schip alles over laat zien. De Woningwet trad in werking, de krotten in de stad werden opgeruimd en de mensen kregen een nette woning (waar ze ook ‘netjes’ moesten wonen: niet uit het raam hangen) mét een postkantoor in de buurt waar het weekloon kon worden afgehaald, wat tot dan toe vaak in de kroeg gebeurde.

De wijken worden opgeknapt (de Indische Buurt, de Jordaan, de Pijp: wie herkent ze nog?), er worden tegels gelicht, straten heringericht tot verblijfsruimte en er ontstaan burgerinitiatieven (speelplaatsen, gezamenlijke moestuinprojecten zoals “I can change Amsterdam”). Burgerinitiatieven zijn vaak ingewikkeld omdat ze wat medewerking van de gemeente nodig hebben – althans geen tegenwerking. En dat is niet altijd vanzelfsprekend. Ze ontstaan, met wat professionele ondersteuning kunnen ze het uithouden, of ze sterven af en er is weer plaats voor iets nieuws. In de stad broeit het altijd wel op meer plaatsen tegelijk. Iedereen die wil, kan iets ondernemen of meedoen aan het initiatief van een ander.

Dan zag ik nieuwe ontwikkelingen in Noord, en bij theater De Meervaart komen er zomaar 6 flink uit de kluiten gewassen flats bij. Daar was tot voor kort nog weiland. Dat is geen organische ontwikkeling maar brutale hoogbouw. Wie kan daar wonen? Als het goed is: ook een deel sociale huur. De cultuur (De Meervaart) is daar eerst neergezet maar komt er nog iets als het Blauwe Huis? Verbinding van sociale huurders met de te verwachten bubble van expats en uitverkorenen? Geld hebben, een voorziening van je werkgever, de weg weten.. en ‘Amsterdam wordt een hotel’ waar je tijdelijk woont in een bepaalde levensfase? Dat schreef Marcel van Engelen  in het boek De stad. Het verhaal van Amsterdam van 1980 tot vandaag, en in een artikel in NRC van 13 juni jl. Citaat: “Sociaal-geograaf en onderzoeker Jaap Draaisma heeft Amsterdam een hotel genoemd, waar een groeiend deel van de bewoners veeleer bezoeker is. Ze benaderen de stad als een plek om te consumeren of maximaal te benutten, en vervolgens weer te vertrekken. Sommigen komen bewust maar enkele jaren, om te studeren, een partner te vinden of een start met hun carrière te maken. Anderen zouden graag langer willen blijven, maar dat is eigenlijk alleen weggelegd voor welvarende tweeverdieners, mede omdat er nauwelijks gezinswoningen zijn.”

En het slot van zijn artikel, over de jaren ’60 van de vorige eeuw..

“Het was een onverwachte coalitie van deftige monumentenbeschermers en een activistische voorhoede van een nieuwe generatie die zich daartegen verzette. Ze redden centrale delen als de Jordaan en de Nieuwmarktbuurt als woonbuurt. De activisten zetten Amsterdam op het spoor naar wat het nu is geworden. Zij hadden het gevoel dat de stad van hen was. “

Even 400 jaar terug. Ook in die tijd was Amsterdam ‘the place to be’. Met de handel was er reuring en mensen die thuis onvoldoende werk of uitdaging vonden, gingen naar Amsterdam. De vrouw aan de wurgpaal op de tekening van Rembrandt (1664) was een immigrant, Elsje Christiaens uit Jutland. In de schaduw van de dure huizen was er voor iedereen wel een plekje. Niemand had papieren en regels waren er niet veel. Had ook z’n nadelen.. Nu zijn er veel regels – al zijn die gedomineerd door het principe van de ‘vrije markt’- en voegt de praktijk van deze stad zich daar wat moeizaam binnen. Het schuurt. Rafelranden en Vrijplaatsen..

Inmiddels is Richard Florida, die van The Creative Class, tot de conclusie gekomen dat zijn model tot ellende leidt; de totale vrijheid voor de Creative Class wordt in de praktijk ingevuld door de bezittende klasse en de markteconomie leidt tot hoogbouw zonder interactie. Hij schreef een nieuw boek. Citaat: ‘De innovatiefste buurten zijn niet de deadened condo districts, maar de vroegere industriële wijken van New York, San Francisco en Londen, waar halfhoge gebouwen, fabrieken en pakhuizen en spaarzame hoogbouw staan opgesteld langs straten die voortdurende menging en interactie bevorderen. Zoals Jane Jacobs al zei: „Als de schaal van de voetganger afwezig is, kan dichte bebouwing big trouble betekenen.” ’

Anno 2025 vond ik het als voetganger in Amsterdam over het algemeen goed te genieten. Op voetgangersniveau heb ik kilometers afgelegd, langs oude en nieuwe straten, pleinen, stegen en grachten. Op de stoep werd gezeten en gespeeld, plekken in beslag genomen door groepen wijkbewoners met hun eigen koffie bij zich, ik ben niet één keer van de sokken gereden door een fietser al dan niet Fatbike. De tram en de metro voelden nooit onveilig.

Ja, die verschillen zijn er. En als je aan de verkeerde kant van de streep bent beland is het heel moeilijk om je te handhaven in de stad. Maar Amsterdam is geen Chicago.

Over een paar jaar maar weer es een standopname..