Ik was een paar dagen naar Leeuwarden. In het Fries Museum hangt de Vaandeldrager een maandje – zijn eerste locatie op tournee door Nederland voordat deze dure jongen in het Rijksmuseum komt te hangen. Maar daar ging ik niet voor – ben natuurlijk wel even langs gegaan, omdat ik toch naar de Impressionisten wilde kijken: À la campagne! Past in het culturele programma Arcadia…

Veel prachtige schilderijen uit de collectie van het tijdelijk gesloten Boymans van Beuningen; interessant om de ontwikkeling waar te nemen naar steeds wat abstracter: hoe valt het licht, hoe is dat opgebouwd wat ik zie? Zoals dit stadsgezicht van Jacob Maris.

En hoe dit gemaakt is…

Daubigny, Kudde schapen in een landschap. Rood krijt op beige papier.

Je kunt zelf nog gaan kijken; t/m 17 juli. Zeer de moeite waard!

En als je er toch bent: een stad om heerlijk rond te struinen.

Trek een stadsplattegrond uit de automaat voor het station en je hebt meteen overzicht. Echt een compact centrum, Leeuwarden.

De fontein ging op dat moment schuil achter de bomen van het reizende bos, maar de volgende dag was er weer wat meer ruimte. Het bos was aan de wandel, onderweg naar de derde locatie.

De fonteinen zijn over van Leeuwarden Culturele Hoofdstad; in alle 11 steden staat er één. Deze dus in Leeuwarden:

Rechtdoor, over de brug, en binnen een paar minuten sta je op het Zaailand. Het Fries Museum met in hetzelfde gebouw het Filmhuis Slieker, alle soorten horeca inclusief de Brouwerij waar ik een kamer had geboekt en ’s morgens verrast werd door een heerlijk ontbijt, aan tafel geserveerd. Met uitzicht op de vaten; eerder had ik al zo’n heerlijk biertje van eigen brouwerij geproefd.

Overigens leuke oude spulletjes hergebruikt in de kamers: badkamervloer..

Verder naar het noordwesten: de oude toren Oldehove. Met Pieter Jelles Troelstra ervoor, en wat staat hij scheef…

Opgravingen er onder… mooi zichtbaar gemaakt. En sommige dingen mochten er niet

Er vlak naast: een cultureel centrum OBE met een tentoonstelling over een verpoppende rups. Ook onderdeel van Arcadia; een breed cultureel programma deze zomer in Friesland

En dan naar de Prinsentuin: mooi gelegen aan de Singels, bekend van het boek van Vestdijk : De Koperen Tuin. En zo heet het grand café nu. Ook de muziektent staat er nog, helaas met een hek ervoor.

Na een heerlijke borrel en diner op een van de boten in het water van de Nieuwestad, waar ook nog eens Anne Vondeling op de hoek staat:

en een beetje zitten op een terras, kijken naar alle mensen die genieten van de aangename avondtemperatuur, dus een nacht lekker geslapen in de Brouwerij. Prima bedden! En dan dat aardige ontbijt.

De dag gevuld met een uitgebreide stadswandeling: eerst naar het oosten waar in de voormalige gevangenis Blokhuispoort een cultureel centrum is gekomen, mét horeca ‘proefverlof’

En, goed nieuws: je mag er gewoon aan de andere kant weer uit…

Of gewoon ‘De Bak’

Creatief, zo’n zebra in de bocht.

Een stukje verderop wéér een gebouw met een nieuwe bestemming: een voormalig postkantoor, echt in ‘Postkantoorstijl’, werd Grand Café, met behoud van veel details. Je kunt er ook slapen..

Dan naar het Prinsessehof, het voormalige paleis van Marijke Meu, de weduwe van een stadhouder en vervolgens de voogd van stadhouder Willem 4 én van Willem 5. Daar is dan weer een keramiekmuseum in gevestigd; ook met een interessant voorbeeld van hergebruik:

Een Escher museum in de kelder waar M.C. Escher is geboren; een fraai echt Escher gewelf

En een tentoonstelling met Koreaans keramiek, waar je ook naar kunt luisteren

en een bijzonder beeld in de tuin:

E.V.E. (Erotics Versus Evil) , Hans van Bentem

Dan naar het Natuurmuseum Friesland, met een tentoonstelling over alles wat er lang geleden leefde op de Doggersbank, zoals deze wolharige neushoorn

Zeg nou zelf, lijkt toch sprekend op het werk van Claudy Jongstra, zoals dat te zien is in het Fries Museum:

En zo is er van alles te zien in de straten van Leeuwarden: een voormalige Kanselarij die werkplek werd, een voormalig hofje dat eigenlijk nog steeds zo functioneert en waar je gewoon doorheen kunt lopen als shortcut, en overal gedichten, zowel op zerken op de grond als op ramen:

BOSK…

Ja, en in deze periode kom je dus overal dat wandelende bos tegen. Een groot aantal bomen in containers, die zich verplaatsen door de stad, van de ene locatie naar de volgende. In die paar dagen dat ik in Leeuwarden was wandelde het bos van de eerste locatie bij het station naar de derde: bij de Beurs waar de Campus Leeuwarden is gevestigd.

Vrijwilligers in de weer met een vorkheftruck, in het tijdelijke bos hoor je geluiden… en ook in een tijdelijk bos lopen en rijden de mensen er gewoon doorheen alsof het doodgewoon is.

Mijn Bep & Fatima cliënt is in opleiding als verpleegkundige. Zij is niet van hier, en zij is ook al ruim boven de middelbare leeftijd.

Maar we mogen allemaal steeds langer doorwerken en een tweede of derde carriëre / loopbaan is inmiddels heel normaal. Toch?

Een opleiding tot verpleegkundige is altijd een combinatie van theorie en praktijk. En in die praktijk wordt de leerling begeleid (hopelijk…) en beoordeeld. Nou is het hard werken in de verpleegtehuizen, vaak worden verpleegkundigen maar ook leerlingen solo aan het werk gezet, dus de beoordelaar ziet je niet vaak aan het werk. En begeleiding??

Mensen met een andere taal en cultuur en een praktisch / technisch beroep zijn redelijk in te passen; de nuance in de taal doet er minder toe en in Steenkolen – Engels zijn wij allen gelijk – behalve de Native Speaker die mijlen boven ons verheven is en bij wie we ons weer nederig voelen omdat we de nuance en de humor niet begrijpen. Zie ook het missende vinkje van Joris Luyendijk in Londen.

In de medische wereld gelden in onze Nederlandse context andere regels; artsen uit niet-Westerse culturen moeten eerst bijscholen met name op de omgang met de patiënt. Voor de snijdende beroepen geldt dat minder maar zodra het gevoelig wordt…

En daar zit dus het probleem. Natuurlijk verwachten we van onze artsen en verpleegkundigen / verzorgenden dat ze zich aanpassen aan onze cultuur en omgangsvormen. Dat ze zich voldoende verstaanbaar kunnen maken en zich genuanceerd kunnen uiten… Ha, genuanceerd…. Kan jij dat, beste lezer, je genuanceerd uiten in een vreemde taal, hoe goed je die ook beheerst, als non- native speaker?

We leggen maatstaven aan die in principe voor te diplomeren kandidaten logisch en vanzelfsprekend zijn. Maar we hebben ook moeilijk te vervullen vacatures – en steeds meer cliënten en patiënten die óók een andere cultuur hebben en die dus Steenkolen Nederlands of een andere hulptaal al heel fijn vinden.

Mijn vraagstuk is dus hoe we onze keurig geregelde opleidingen voor dit soort banen aanpassen aan de nieuwe realiteit. Accepteer je dat er andere vormen van medische en verpleegkundige kwaliteit zijn, waarbij de techniek boven twijfel verheven moet zijn maar in de omgangsvormen meer tolerantie / veelvormigheid is? Hoe ga je om met nonverbale communicatie en wat je daarin waarneemt en erkent?

Hoe nijpender onze tekorten worden hoe meer het frontline medicine wordt. En daar gelden toch echt andere eisen…

Kortom … uitgekotst. Excusez le mot, en natuurlijk alleszins te verklaren. In ons Standaard Nederlands systeem. Maar ik denk dat dit niet de toekomst heeft.

Een tijd geleden meldde ik dat het buurhuis te koop stond en dat – o, schrik – er misschien uitgebouwd zou gaan worden.

En dat ik toen de knop omzette: Laat ze maar komen! ik ga meedoen en ook mijn huis wordt er leuker van.

Nou, er kwamen inderdaad nieuwe buren mét uitbouwplannen, en meteen toen ze kwamen kennismaken en hun voornemen uiteenzetten, kon ik aansluiten en werd het een gezamenlijk project. Oké, een beetje de muis en de olifant; zij doen een forse uitbouw en ik ga het dan ontstane mini plaatsje omzetten in een extra kamer, met een doorbraak voorzien van schuifdeuren.

We zijn een paar maanden verder en inderdaad loopt het project als één gezamenlijk project (behalve natuurlijk wat mijn nieuwe buren zelf allemaal in hun huis aanpassen)

Na een aantal weken werken aan grondverzet en fundering is deze week de tussenmuur gemaakt. Daarmee kreeg ik meteen weer het beeld.. in het geval dat ik niet was meegegaan in het project was het de muur van de buren geweest, had die 15 cm verderop gestaan en was dit mijn plaatsje geworden.

Natuurlijk kan je het dan weer aankleden met wat planten maar het is toch wel krap, en er zou nog een overstekende dakrand bij komen. Maar gelukkig had ik de knop omgezet en wordt dit een leuke extra kamer, met veel glas aan het eind, een daklicht en een doorbraak met mooie schuifdeuren aan de linkerkant, waar mijn werkkamer is.

Trouwens heel leuk om zo’n project van nabij te volgen.

Wat er allemaal aan voorwerk nodig is, het voortdurend meten en nog eens meten, oplossingen bedenken voor wat zich onverwacht voordoet in een pand van bijna 90 jaar oud… De riolering is van later datum en die kom je tegen als je bezig bent. En voordat die onder een betonnen vloer verdwijnt kan je hem maar beter eerst controleren en – ja hoor – vervangen. Bij de buren dus, bij mij lijkt het niet aan de orde, er liggen hier al kunststof buizen.

En ook wel apart dat mijn werkkamer, een uitbouw vanaf het begin en zeker al 35 jaar geleden opnieuw aangepast, op een lengte van 4 meter 4 centimeter hoogteverschil heeft.. Hoe dat komt? Geen idee. Ooit schijnt er iets verzakt te zijn. Moet ook weer creatief opgelost in de verbinding met de nieuwe kamer. Want daar komen de schuifdeuren te staan, op een rail die wel waterpas moet zijn… of je schuifdeuren rollen steeds weg. Voorlopig liggen ze nog rustig, tegen de muur van mijn woonkamer. Een maand geleden opgehaald bij Mammoet; ( wat een leuke zaak is dat; alle soorten oude bouwmaterialen, van deuren en schouwen tot deurknoppen en ander klein spul, zie ook hun vlog hoe ze werken ) uitgekozen in februari en na restauratie van het glas opgehaald met een boedelbak. Want Mammoet bezorgt alleen in regio Den Haag..

En zo verandert mijn huis steeds meer in een opslag voor straks toe te passen bouwmaterialen en spullen die tijdelijk uit de weg moeten.

Soms erger ik me een beetje maar in t algemeen ben ik enorm aan het genieten.

Dat schijnt een vraag geweest te zijn bij De slimste mens.

Die ik dus nooit als de Slimste heb kunnen herkennen maar wel als degene met een brede maatschappelijke ontwikkeling en veel feitenkennis. Al lang weet ik dat een Tarte Tatin, een ‘apple turnover’ een soort omgekeerde appeltaart is, dus niet met de appels op het deeg maar omgekeerd.

Toen trof ik op de Tuinscheurkalender van Romke van der Kaa en Paul Geerts (12 maart) het recept voor een Tarte Tatin van pastinaak. Hé, apart.. en laat nou de week daarna de pastinaak in mijn groentetas van Bioboer Giel zitten …

Dus vanavond maakte ik de Tarte Tatin van pastinaak.

Nou ja, wat kleine complicaties… het is de bedoeling dat je de pan waarin je de pastinaken en de sjalotten hebt gebakken, na bedekken met het bladerdeeg, zó in de oven kunt zetten. Daar had ik geen geschikte pan voor. En die boerenkool had ik ook niet voorhanden. Maar het maakte denk ik niet veel uit dat ik de pastinaken en sjalotten, in hun saus, overigens best wel met 10 minuten langere bak / stooftijd (echt nog helemaal niet gaar..) , overdeed in een wel geschikte ovenschaal.

En ik bedekte de schaal met een passende lap bladerdeeg.

Je kunt nog net even meemaken hoe ik ook het laatste hoekje dichtvouwde…

En na een wat langere oventijd, maar wel halverwege teruggezet naar 170 graden, was de oogst:

Een heerlijke Tarte Tatin met pastinaak, een lekkere smaak en een verrassend knapperig korstje van bladerdeeg… Probeer het maar!

Tja, in Corona tijden strijden de verschillende ‘categorieën’ om de titel van meest beklagenswaardig. Ouders met kinderen en thuiswerk: ongekende drukte. Thuiswonende pubers: te weinig vrijheid, opgesloten gevoel: niet naar school, geen sport, geen feestjes… zit je dan. Eerstejaars studenten: wat komt er nou terecht van mijn avontuur als studentenleven? Of je nou nog thuis woont of op een kamertje: alles of bijna alles online, geen nieuwe vrienden opdoen terwijl dat juist bij een nieuwe studie hoort, wat is je vooruitzicht? Pas afgestudeerden: waar is werk? Kom ik er tussen? Ja, als je het juiste vak had gekozen – maar in de zorg was er weinig extra tijd beschikbaar om stagiaires en nieuwelingen te begeleiden. Je kon terecht als medewerker Teststraat – mits je totaal flexibel was in je beschikbaarheid.

Thuisbezorging floreert. Niet wat je noemt de superbanen maar het is werk. Met een klein loontje. Omdat thuisbezorgd vaak gratis is wordt de thuisbezorger financieel afgeknepen. Dan staan ook de busjes in de haast nog dubbel geparkeerd zodat je als thuisbezorger de agressie over je heen krijgt.

Wat doen we eraan?

Opletten onder welke voorwaarden je thuis laat bezorgen. Bezorgkosten betalen geeft een gevoel van realiteit. Gisteren bestelde ik iets bij Dille&Kamille; het kon thuisbezorgd worden per fietskoerier en dat kostte gewoon € 4.95 extra. Je ziet zo’n jongen of meisje fietsen; gelukkig was het vanavond droog en kon ik ergens in het beloofde tijdvak mijn pakje uit de brievenbus vissen.

We bestellen maaltijden online; vaak ook een beetje om de lokale horeca te steunen. Onlangs nodigde ik mijn buurman uit en bestelde een 3 gangen menu bij een plaatselijk restaurant. Goed verzorgd, lekker, zag er mooi uit. En ik hoop dat het ook het restaurant nog wat oplevert; in elk geval een beetje inkomsten en een relatie met een potentiële nieuwe klant.

Thuis gekookt

Al een paar jaar neem ik de biologische groentetas af van Bioboer Giel. In principe een 2 persoons tas. Elke week een iets te grote voorraad groente, die met hier en daar een soepje of een lunch salade te behappen is. Je krijgt alleen de groente, met in de aankondiging wat gezellige informatie over het bedrijf. En een paar dagen later nog eens een recept. Maar veel wordt aan je eigen creativiteit overgelaten. Ik geniet daar nu al een paar jaar uitbundig van.

Nu kreeg ik van mijn buurman een cadeau: hij mocht een HelloFresh pakket weggeven. Nou, ik wou dat wel eens zien maar ik kon dus voorspellen dat dat in combinatie met mijn groentetas een probleem op zou leveren. Dus ik heb het aanbod aanvaard mits hij bereid is om een soep o.i.d. in ontvangst te nemen van mijn overgeschoten groente. Zo gezegd zo gedaan dus vanavond arriveerde mijn HelloFresh pakket met 3 maaltijden voor 1 persoon.

Bestaat dat, een pakket voor 1 persoon?

Ik neem de doos in ontvangst – poeh, best wel een gewicht. Er zitten 3 pakketten in en een serie recepten. Voor vanavond besluit ik de knoflookgarnalen te maken. Als ik de gebruiksaanwijzing lees valt op dat er staat: hoeveelheden voor 2 personen.

En inderdaad: ik leg het zakje krieltjes even op mijn weegschaal en het is 400 gram. De rest klopt ook voor 2 personen. Het was goed geregeld, met instructies en bijna alles in het pakket, behalve olijfolie, boter en peper&zout.

Nee, dat bestaat niet

Ik heb een beetje geschipperd met de hoeveelheden maar ik heb vanavond lekker gegeten, een lunch voor morgen en nog wat overgeschoten ingrediënten. Overigens: dit pakket was een cadeau maar als je naar de prijzen kijkt zie je dat je voor een 1persoonspakket evenveel betaalt als voor een 2persoonspakket. Het werk is hetzelfde (da’s logisch) maar ze doen er ook de hoeveelheden van het 2persoonspakket in. Dat was niet gevraagd en ik denk dat het ook leidt tot meer weggooien van goed voedsel.

Hieronder de foto van de ingrediënten voor de knoflookgarnalen, met de receptkaart op de achtergrond.

Uit mijn ervaringen tot nu toe merk ik dat deze markt niet is ingericht op singles. Terwijl er best wel veel van zijn, van alle leeftijden. Ik snap dat het werk hetzelfde is of je nou voor 1 of 2 personen kookt / voorbereidt. Ik vraag me af of er een oplossing is. Ik heb die nog niet bedacht.

Onder de verschillende Corona regimes was het bijwonen van concerten een tombola. Ergens in mei publiceerde Musis Arnhem een online programma, in principe tot het eind van het jaar. Alles ingericht op ca 1/3 van de zaalbezetting, normaal gesproken 950, en zonder pauze. Je mocht vooraf een drankje bestellen en dat meenemen naar de zaal; er was toch plaats genoeg.. één zaal ingericht met tafeltjes tussen de stoelen, en de andere met steeds een paar stoelen tussenruimte.

13 Oktober werden strengere maatregelen aangekondigd; ik had een kaartje voor Amsterdam Sinfonietta op de 14de. De maatregel ging op 14 oktober om 10 uur in… dus Musis stuurde een mail dat het concert zou doorgaan, want het zou voor 10 uur zijn afgelopen. Wel graag een mondkapje als je rondloopt in het pand.

Ook voor Amsterdam Sinfonietta was het heel wat; de avond tevoren hadden ze nog in TivoliVredenburg gespeeld en die avond in Arnhem zou voorlopig de laatste zijn.

Pärt en Bach.

Er mag weer wat…

Weken later, wordt het concertprogramma hervat. Maar nu voor telkens 30 toehoorders. Ik had een reservering voor 28 november, was dus een van de ca 300. En ik was uitverkoren, vraag me niet waarom, om één van de 30 plaatsen in te nemen van het concert van 19.00. Her werd herhaald om 21.00. Dus 60 van de 300 mensen werden getrakteerd op een concert van een uur: zonder pauze, zonder horeca, maar wel een uur muziek, met Phion , dirigent Bas Wiegers, pianist Thomas Beijer en mezzosopraan Barbara Kozelj. Ravel, Turinam Albéniz als Spaanse componisten, en van Canteloube de Chants d’Auvergne.

Het was een beetje erg afstandelijk: volgens voorschrift een kleine bezetting op het podium en de toehoorders zaten op 3 rijen met afstand, ongeveer midden in de zaal “want daar is het geluid optimaal”. Wel fijn om weer levende muziek te beleven maar …

We leren bij

En voor vanavond, 11 december, hadden ze het anders aangepakt. Twee uitvoeringen om 19.00 en om 21.00, en nog twee op 26 december. Alle tickets gecanceld, en opnieuw intekenen vanaf 4 december 10.00. Alle 30 plaatsen bezet – en deze keer vooraan in de zaal, 3 rijen op afstand, met tafeltjes ertussen voor je imaginaire drankje. Maar zoveel beter voor het contact, voor het overspringen van de emotie!

Bruckner aan begin en eind, door de koperblazers van Phion. Dan Richard Strauss serenade in Es voor blazers. En de toppers: Strijkorkest met Mahlers Adagietto uit de 5e symfonie, en een selectie uit Des Knaben Wunderhorn met zang van Christianne Stotijn.

Het was zo ontroerend intiem: maximaal 30 musici tegelijk op het podium, voor 30 bezoekers. Een paar toelichtingen die het speciale van de situatie onderstreepten. En op het keurig zwart aangeklede podium het rode mondkapje van Christianne en de rode schoenen van de aanvoerder van de altviolen…

Al een tijd heb ik hier niets geschreven. Met de Corona maatregelen was ik veel thuis en leefde – overigens in harmonie – voornamelijk op de vierkante meters van mijn huis. Overigens kon met Internet heel veel wél gedaan. Ik hielp iemand afstuderen, ik vergaderde lustig door met mijn zweefvlieg community (daar is zelfs een E-Nationaal Kampioenschap georganiseerd!), we probeerden wat online te zingen met mijn koor en zongen in kleine bezetting een paar avonden buiten in juni. Muzieklessen begonnen weer kleinschalig en met speciale regelingen. Ik bezocht Roombeek en het Rijksmuseum Twente. Maar verder..

In de zomer werd het wat ruimer. Meer ontmoetingen, kleine reisjes, Buitenkunst gaat door onder voorwaarden..

Na aanvang van het seizoen ga ik weer met de muzieklessen beginnen bij Martijn Tjoelker en het orkest AMOR speelt met speciale maatregelen en opstellingen in een goed georganiseerd Rozet. Mijn koor Xing is, net als alle andere, op zoek naar een geschikte ruimte qua ventilatie en afstand. Voorlopig een verantwoorde locatie in Bemmel..

En in de privésfeer: mijn ‘andere helft’ is te koop!. Ik woon in een dertiger jaren twee onder 1 kap huis. Sinds een paar weken staat mijn andere helft te koop. Kan gebeuren. Maar in het voortraject hoorde ik iemand over de heg: “Je zou het ongeveer tot dáár moeten uitbouwen”.

Ik schrok ervan en voelde een lichte paniek. Ja, logisch dat nieuwe bewoners van dat huis dat zouden willen, maar dat zou voor mij wel nogal onaangename consequenties hebben! Ik zou me opgesloten voelen op een klein plaatsje. Zou ik iets kunnen/ moeten bedingen qua: “Maximaal zoveel cm en niet over de erfgrens” ? Tja, misschien. Maar zou dat lukken en zou ik me er alsnog door ingesloten voelen?

En ineens ging er een knop om .

Als zij (nog niet eens bekend, laat staan hun plannen) willen uitbouwen, waarom zou ik dan niet meegaan?

En ik zie het al voor me. Heb er nooit behoefte aan gehad, was tevreden met hoe het was. Maar als ik nou hier een paar meter kamer erbij kreeg en daar een leuke houten waranda???

Er moet natuurlijk nog van alles gebeuren , en gerekend en gepuzzeld voordat het zover is, maar ik krijg er verdorie zin in!!

… telewerken was in 1994 al uitgevonden!

Zo rond 1993 zat ik als adviseur bij de Directieraad van Rijkswaterstaat. Aan de orde was een van de grote nota’s over Verkeer en vervoer, of over Ruimtelijke Ordening. Die lagen natuurlijk al vrij dicht bij elkaar. Als ‘personeelsmeisje’ riep ik toen:  “.. en als we nou de hele Rijnmond 4×9 gaan laten werken is het fileprobleem daar opgelost”. Opgetrokken wenkbrauwen, maar op een of andere wijze kwam het idee toch ergens in die nota terecht.

Nog niet in de uitvoering. Wel startte het toenmalig Ministerie van Verkeer en Waterstaat, ook met een link naar ‘Brussel’ , een pilot Telewerken. In één (kleine)  directie liep een experiment, en daar werd van geleerd. Vervolgens was ik als lid van het managementteam mee vormgever aan een fusie mét verplaatsing van ca 100 medewerkers over een afstand van rond 75 km. En gingen we telewerken inzetten als instrument voor de mensen met lange reistijden. En het werkte! Mits je je aan bepaalde voorwaarden hield, en het was voor sommige leidinggevenden wennen om geen direct toezicht te hebben maar te werken met wat globalere opdrachten.

Helaas heeft het werken op afstand / thuiswerken nooit echt grootschalig doorgezet; het ritueel van ’s ochtends en ’s avonds op de weg (vertraging)  of in de trein (slechts staanplaatsen) je in de drukte te begeven hield stand, en dus ook de druk op ‘meer asfalt. (En 130 rijden omdat dat zo fijn is, terwijl de doorstroming met 100 veel beter is, plus zuiniger in brandstofgebruik en veiliger vanwege minder snelheidsverschillen. Maar dat terzijde, daar had ik het nu even niet over. )

Wat een fijne verrassing om nu te zien dat een minuscuul virusje in staat is om dat echt te veranderen! Thuis werken blijkt toch mogelijk. Niet voor iedereen; verzorgen en fysieke productie bijvoorbeeld moet nog steeds  ter plaatse gebeuren. Maar zoveel andere zaken wel! Of één dag in de week thuis om je administratieve taken te doen.  waar we zo over klagen dat die teveel tijd opslokt van ons ‘echte werk’.

Zou het bevallen? Zou het smaken naar meer, zou het beklijven?

En niet alleen het minder reizen maar ook het minder vergaderen. Daar meer selectief in zijn.

Ik ben ervan overtuigd dat IRL ontmoetingen en bijeenkomsten een grote meerwaarde hebben. Ik heb ook wel eens de stekker eruit getrokken toen het emotioneel werd en een ‘op afstand meevergaderaar’ voelde als voyeur.

Leerzaam, zo’n virus…

En als we toch bezig zijn: Hoe is het met terugschakelen van de standaard werkweek naar 30 uur? Met mogelijkheid om huiselijke en zorgtaken beter te verdelen en als je werkt, daarvoor meer energie te hebben? Het is allang bekend dat mensen met een grotere deeltijdbaan redelijk  flexibel omgaan met hun uren en ongeveer evenveel produceren als een fulltimer…

Onderhand speel ik al heel wat jaren viool. Begonnen met een workshop van Marieke de Bruijn in het Stamhotel, daarna les genomen bij Martijn Tjoelker, lid geworden van orkest AMOR, veel gaan samenspelen met vriendinnen en in verschillende ad hoc ensembles.

Wat is een vriend eigenlijk?

Iemand met wie je graag samen bent. Eh… met mijn viool ben ik de meeste dagen wel een uur samen! Zo close ben ik met geen andere vriend.

Iemand die je niet altijd naar de mond praat maar je ook af en toe een spiegel voorhoudt. Eh… Als iemand je dag en dagelijks confronteert met je tekortkomingen, dan is het wel je viool. Er lukt zoveel niet. Het wordt bijna nooit zo mooi als je had gedroomd. Je hebt weer minder  mooi gestreken, de toon niet zuiver geraakt.

En toch, vriendje, ben ik elke dag weer met je in de weer. Je daagt me uit, je geeft me plezier. Je kraakt mijn hersens (goed voor ouderen, zoals Erik Scherder zegt), je zorgt dat mijn vingers soepel blijven en je biedt zoveel mogelijkheden voor sociaal contact.

Of je nou viool gaat spelen of een ander instrument: muziek maken is voor alle leeftijden! ( en voor alle gezindten, zegt Guus Tangelder wel eens..)

Je zult nooit meer in het Concertgebouw staan – althans niet met publiek. Maar je kunt genieten van zelf spelen, van samen spelen én van spelen voor eigen publiek,  of vreugde geven aan  mensen in een verpleegtehuis.

Zo’n dingetje van hout en 4 kunststof snaren… een 4 eeuwen oud ontwerp maar nog elke dag een vriend.

 

 

 

20200118_171712

.. dat was de tune die we leerden kennen in het beginstadium van die betonnen puist rond Station Utrecht Centraal. Na aanvankelijk enthousiasme en vervolgens veel protesten – wat moest er niet allemaal voor gesloopt, en in die jaren drongen de nadelen van het consumentisme door – werd het complex in 1973 feestelijk geopend. Twee jaar later kwam ik met mijn gezinnetje in Woerden wonen en voor sommige aankopen dacht je dan: Hoog Cátharijne… een minuut of 10 in de auto en dan verdwaalde je met je kroost in de parkeergarage en in de koopgoten van toen. Ik heb er niet veel gekocht uiteindelijk.

Na twee jaar verhuisden we weer uit Woerden naar de Randstad en zag ik Hoog Catharijne alleen nog maar als stationsomgeving van Utrecht Centraal, als ik daar moest zijn. En verder was er een praktische vergaderlocatie bij Hoog Brabant. Als je elders in de stad moest zijn: Zoek de uitgang / een uitgang. Kon van alles zijn. Moreelsepark, Vredenburg, Jaarbeurs…  In een van die nondescripte binnenstraten was ook een vergadercentrum waar nog eens iemand uit de garderobe de verkeerde groene waxjas had meegenomen (de mijne dus) en dat werd  weer aangenaam opgelost omdat hij en ik beiden wat te zoeken hadden in Leiden. Een week later stond hij met een bloemetje voor de deur van mijn ouders. In de tussentijd deed zijn waxjas mee aan mijn zweefvlieg- herfstkamp,  want ik kon niet zonder.

Vandaag had ik een afspraak met een afstudeerder in Utrecht en in combinatie daarmee bezocht ik de tentoonstelling in het Centraal Museum . Over Kanaleneiland – en Hoog Cátharijne, winkelhart van Nederland. Dromen in beton 

Sprak mij zeer aan! Kanaleneiland werd ontwikkeld omdat Utrecht totaal uit zijn krachten groeide. Een moderne wijk met flats en groen, en de inzet om er een fijne woonwijk van te maken. Met voorlichtingscentrum van Goed Wonen, hoe je die woningen mooi kon inrichten. Je zag voorbeelden van Artifort, de Ploeg en dergelijke. Ikea bestond nog niet… je was een kapitaal kwijt aan een degelijke inrichting. Jaren ’60 dus. En er waren elektrische apparaten op de markt dús een winkel van Philips.. De tentoonstelling laat dit zien maar ook de ontwikkelingen van de latere jaren. Een probleemwijk. Het blijkt door de toewijzingsregels van Huisvesting een soort noodlot te zijn dat de samenstelling van de wijk onevenwichtig wordt. “In mooie wijken blijven mensen wonen, in minder mooie wijken is de doorstroming sneller dus je kunt er vaker een urgente kwijt.” sprak de verantwoordelijke wethouder. Een Vogelaarwijk. En de worsteling terug omhoog, met actieve bewoners en speciale projecten.

Hoog Catharijne is inmiddels aan de volgende ronde begonnen. De verbinding met de stad was slecht, de lege ruimtes op de begane grond lokten problemen uit. De winkelstand liep terug.

De gedempte gracht werd weer water, er kwam een stationsplein. Het winkelcentrum werd gemoderniseerd, is zelfs redelijk aangenaam om als passant door te lopen.

Vandaag was het bezoek aan de tentoonstelling dus gecombineerd met het ‘in het veld’ onderzoeken van de nieuwe situatie…

de foto bovenaan dit blog is van nu!

Het lijkt me een verbetering, maar wat blijft is het mechanisme dat in de tentoonstelling met een mooie video werd toegelicht: in 1939 ontwikkelde een architect voor de Wereldtentoonstelling een Futurama waar men kon zien hoe de wereld er in 1960 uit zou zien. De bezoekers van het Futurama werden via geleide paden ‘automatisch’ langs de show geleid. Het beeld leek sprekend op wat ik op mijn terugweg naar de trein zag: Wat een mooi winkelcentrum,  en hoe laten wij ons daar als makke schapen doorheen leiden..

Gelukkig gaf het stationsplein wel een gevoel van ruimte, meer dan de aaneengesloten bouwmassa  van vroeger.

20200118_171716

En boven het stationsplein hangt wel een dak…

20200118_171657