Ja, de eerste fase van het Quest project ‘Ontwikkel een mini waterkrachtcentrale’ is al behoorlijk gevorderd. Zoals eerder gemeld, wil ik graag een mini waterkrachtcentrale als meer betrouwbaar alternatief voor een waaklamp op zonne-energie. Immers: de zon schijnt als het licht is maar levert,  in de omstandigheden van de locatie, in de winter zo weinig energie dat de lamp het niet doet als het nodig is: in het donker.

Deze week kwamen de studenten waarnemingen doen in de beek. Ze willen de stroomsnelheid weten en het doorstroomoppervlak. Hoeveel energie kan geoogst worden?

De optie van het gebruik van een debietmeter van een andere afdeling van de hogeschool bleek niet realiseerbaar. Dus ze kwamen aan met een flink stuk piepschuim en een goed plan…

De avond tevoren was al besloten dat de dame van het gezelschap in de beek zou gaan staan; dat was een gelukkig toeval omdat ik alleen een kleine maat laarzen in de aanbieding had.

Het werd een gestroomlijnde operatie: er werden 30 geldige waarnemingen gedaan. De keren dat een blokje in de varen bleef steken telden niet mee.

 

Nu is het wachten op het eindrapport  – en de volgende groep studenten die een prototype gaat ontwikkelen.

Natuurlijk is het qua ecologie voorlopig een druppel op een gloeiende plaat, maar wel heel interessant.

Wordt vervolgd!

 

 

 

Al vaker zag ik de paginagrote advertentie: STEYSLART.

Het gaat over kunst én ambacht: De bronsgieter giet beelden van bekende Nederlandse kunstenaars.

De laatste advertentie hing al op mijn prikbord: tentoonstelling  4-18 november en gieten op de zondagmiddag om 14.00.

Tja… Dat moest dus echt gebeuren op zondag 18 november, voorlopig weer  de laatste kans.

Een mooie zondagmiddag. Ik ben rond 13 uur in Waardenburg (bekende locatie uit de geschiedenis van 200 jaar Rijkswaterstaat, en de opening van de nieuwe Martinus Nijhof brug; ooit was Faust er te gast)

Als tegensteling tot de Faust legende is Steylsart gevestigd in een nondescript pand op een industrieterrein.

Als je er aankomt zie je al vreemde dingen.

Beelden in de open lucht

WP_20181118_044

en fraai vormgegeven deurknoppen, die je in eerste instantie ontgaan omdat een medewerker zo aardig is om de deur voor je open te houden.

WP_20181118_042.jpg

Het hele pand staat vol beelden!

WP_20181118_003

Ik ben dol op beelden maar ben wel selectief: het moet niet te perfect zijn. Als ik er een tijdje rondloop krijg ik een hand van iemand… de gieter zelf!  en een aanbeveling over een bepaald beeld: “Anatomisch volmaakt”  . Tja, knap, maar helaas niet aan mij besteed: voor kunst zoek ik juist naar de imperfectie!

Maar juist ook het ambacht kan me boeien.

Tegen 14 uur loopt de ruimte rond de echte gieterij vol: rijen stoelen in een halve cirkel en daar rond omheen plukjes mensen die staan te kijken – en een beter zicht hebben op wat er gaat gebeuren.

Even keuren: is de temperatuur al hoog genoeg? Nog wat blokken brons in de ketel gooien. Overall en voorschoot aan, helm met vizier op, en één vuurvaste handschoen!De mallen van de werkstukken staan klaar en met de gietpan met lange steel schept Hans het vloeibare brons uit de ketel. Samen met de assistent wordt een vloeiende doorloop geregeld: alle werkstukken worden gevuld met gloeiend vloeibaar brons! En alle aanwezigen worden gebiologeerd door die gloeiende vurige bal in een ruimte die op zich gewoon normaal verlicht is maar die klodder brons op 1600 graden slaat alles!

 

 

 

 

Ik herken die focus van mijn gieterijpracticum van ooit lang geleden: 1978, eerstejaars Bedrijfskunde Delft. Introductie techniek. 4 dagen verspanen, 1 dag gieterij. Die gloeiende massa grijs gietijzer van onbestemde samenstelling, smeltpunt  1200 graden. Alles viel weg bij dat middeleeuwse tafereel van die gloeiende pan en die twee mannen (medestudenten) die voor en achter de pan liepen met voorschoten, helmen, handschoenen  en laarzen.

Onze gietstukken (zelf gemaakte mallen met vochtig zand)  werden volgegoten en na een week mochten we ze komen ophalen.

Nu dus in Waardenburg: De gietstukken werden gevuld en met het overgeschoten vloeibare brons werden er weer bakken gevuld om straks weer om te kunnen smelten voor nieuw werk. En onderhand loopt de dame rond met wijn en water en zie ik ook achteraf nog lekkere hapjes..WP_20181118_025.jpg

En dan is het nog niet klaar: De ambachtsman trekt zijn voorschoot uit, zijn overall, zijn shirt… nee, verder gaat hij niet. Hij houdt zijn hempie aan en beantwoordt vragen, toont zich een top zakenman. Brons, wat is dat qua samenstelling? Nou, voor kunst moet het wel top zijn dus 96% koper met nog wat… Hoe doe je dat zakelijk? Eigenaar worden, investeren, terugwinnen en weer investeren. Het is duur materiaal hè… Brutaal zijn, iets neerzetten en uitdagen tot deelneming… Bij vertrek zie ik inderdaad de Haringhappers op meer dan levensgroot formaat  staan.

Mijn herinneringen aan Rijkswaterstaat en het beheer van het rivierenlandschap vroegen erom om niet de kortste weg, A2 en A15, terug naar huis te nemen maar nog even te genieten van de Waal, de Waalbandijk die in de jaren na 1995, het laatste hoogwater, zo in de belangstelling stond omdat de – noodzakelijke- dijkverhoging zo genadeloos géén rekening hield met de plaatselijke omstandigheden. Van Neerijnen tot Varik. Varik, bekend van de schilder Willem den Ouden, die de liefde voor de Waal zo prachtig in beeld bracht. En activist tegen de dijkverzwaring, wat hem – toen de rivier hoog stond – blootstelde aan heftige aanvallen van voorstanders van dijkverzwaring.  Toen over de dijken, nu over Zwarte Piet? Zondag was de Waal er weer in volle schoonheid.WP_20181118_047

 

 

 

Op 2 november hield Prof. Dr. Lotte Jensen haar inaugurele rede als hoogleraar aan de Radboud universiteit in Nijmegen , met de bovenstaande titel. Ik ken Lotte al vanaf haar ongeveer 13de; zij was al lang een (school) vriendin van mijn dochter. En natuurlijk heb ik dan een soort plaatsvervangende trots.

Haar leerstoel is Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis, maar voorlopig is ze bezig met de Nederlandse identiteit. En dan dat water – dat weet ik al sinds ze deelnam aan een groepspresentatie met andere leden van De Jonge Academie, waarin natuurlijk vooral bèta deskundigheid over water. Grappig detail in haar oratie was dat ze de aanwezigen opriep tot het meezingen van een lied over een watersnoodramp: In die grote stad Zaltbommel…

Mij spreekt haar thema  wel bijzonder aan omdat ik tientallen jaren van mijn beroepsleven heb gewijd aan Rijkswaterstaat. De Droge (Rijkswegen; ik kan ze nog dromen per A-nummer en ik weet nog steeds dat rekeningrijden dé oplossing is) maar ook De Natte! De oer- opdracht van Rijkswaterstaat:  Droge Voeten, en na zo ongeveer 1990 ook Schoon Water; dat laat je noot meer los! De kust, de Deltawerken, het beste van twee werelden met de Oosterscheldekering; jaren later, toevallig in de tijd dat ik daar ook kwam te wonen: de hoogwaters in de rivieren eind 1993 en begin 1995. Daarmee de acceptatie van al lang rondzingende ideeën over Levende Rivieren. Ruimte voor de Rivier, met tal van projecten die dijken terugleggen, bouwprojecten veranderen, extra nevengeulen maken en wat al dies meer. Een mooi voorbeeld is de Spiegelwaal bij Nijmegen: een extra Waal, mét recreatiemogelijkheden.

Opmerkelijk is nu juist de extreem lage waterstand waardoor de scheepvaart minder ruimte heeft en de woonboten scheef komen te liggen… en beken droogvallen waardoor planten en vissen bedreigd worden en woningen gaan scheuren.

Wat gaat het worden in de toekomst?

De Nederlandse keuze om hiermee om te gaan door slim nadenken en zoveel mogelijk soepel beheersen  (de judo methode)  is echt wel onze Nederlandse identiteit!

Aan Prof. Dr. Lotte Jensen en haar groep om de ontwikkeling in de daarbij behorende taal te volgen en van kritisch commentaar te voorzien

… Eerder  (Licht in de duisternis..) schreef ik over de frustratie over de werking van een lamp op zonnepaneel. Mijn welkomstlichtje op zonnepaneel werkt als de zon schijnt, maar in periodes met weinig licht (als je het nét zo nodig hebt) kan je het vergeten, dat lampje dat aanfloept op de beweging van je aankomst.

En toen ik nog eens boos, verwijtend,  naar mijn lampje keek – realiseerde ik mij dat daar pal naast, de Rozendaalse Beek stroomt!

Die beek stroomt daar zomer en winter, dag en nacht, en tot voor een jaar of tachtig waren er op het traject van het kasteel tot aan de IJssel enkele tientallen watermolens! Korenmolens, waterkracht om een wasserij of een drukkerij op te laten draaien…

Ik weet er nu nog één, in het centrum van Velp, bij het restaurant de Watermolen. Die wekt dus geen energie meer op. Die hangt er alleen nog maar als ornament.

Waterkracht op de schaal van een beek is uit de mode. Bij waterkracht denken we al gauw aan enorme stuwmeren die de natuur en cultuur verwoesten. Maar het lijkt mij een super idee, het opwekken van elektriciteit op waterkracht voor kleinverbruik! Wat ik me voorstel is een klein molentje in de beek, dat een batterij oplaadt en waarmee ik dan bijvoorbeeld dat welkomstlampje kan laten branden. Maar misschien ook een stuk gereedschap? In elk geval los van het lichtnet. Dat is de uitdaging.

Ik vroeg het Waterschap dat de beek in beheer heeft of ze aan  een project zouden willen meewerken. Hmm… ligt wel ingewikkeld qua vergunningverlening: de waterafvoer moet onbelemmerd zijn en de vissen mogen niet vermalen. Maar Waterschap Rijn IJssel wil wel studenten te woord staan…

Gisteren had ik vier studenten op bezoek van de Hogeschool Utrecht; daar is het fenomeen Quest project een onderdeel van de opleiding. Daar heb ik mijn idee ingediend, – en het is geaccepteerd! Dus die vier studenten kwamen even met mij overleggen over de probleemstelling en het Plan van Aanpak, en de situatie ter plaatse opnemen.

Het was interessant om samen uit te zoeken wat een geschikte en haalbare probleemstelling zou zijn. Die gaat dus over dimensies, een partij rekenen aan krachten en energie-opbrengst, beschikbare  technieken, maar ook over de voorwaarden van de vergunningverlening.

En zo zijn we straks  zomaar twee vervolgprojecten verder voordat ik een werkende mini-waterkrachtcentrale heb,  die ook getoetst is op vermarktbaarheid  Raar woord. Of je dat dingetje kunt verkopen aan andere gebruikers. Mensen die wonen aan stromend water, of een apparaat dat je meeneemt naar Frankrijk en daar in de beek / het riviertje hangt om je potje op te koken? Maar dat is nu eenmaal  innovatie – iets bedenken, belemmeringen wegnemen met de vraag hoe het wél kan, een prototype bouwen, netwerk ontwikkelen…

Wat een leuk project!

 

 

 

Tja, – hoezo Toertje Hollandse Kust?

Ik was gebleven bij Tiengemeten, een eilandje in het Haringvliet. Als we het echt over Hollandse kust hebben mag het volgende eiland Goeree-Overflakkee nog meedoen. Maar daarna wordt het toch echt Zeeland.

Mijn interpretatie is dus meer: de Nederlandse kust. Waarmee het eindpunt zomaar te vinden is in het Zwin… een dichtgeslibde vaarroute naar Brugge en gelegen op de grens tussen Nederland en België.

Ik had eenvoudigweg de dammenroute kunnen volgen – en over de Westerschelde heb je dan even een probleem want daar is geen dam. Zelfs de pont van Vlissingen naar Breskens is voor automobilisten opgeheven. Sinds daar de toltunnel is: de Westerschelde Oeververbinding. Een ingewikkelde afweging: die tunnel moet ‘uit kunnen’ dus alternatieve routes afknijpen.

Maar daarover later.

Die dag reed ik naar Goeree-Overflakkee. Er was veel oponthoud want de A59 rond de driesprong was in onderhoud. Een van de takken dicht. Niet de mijne (had ik uitgezocht) maar toch. Aangekomen op Overflakkee de eerste de beste eettent; net zo standaard als overal. Maar toch fijn om even te kunnen opladen.

Dan verder het eiland over. Een fijn landschap… ik banjer er wat rond (per auto kan je ook banjeren), ga naar Stellendam, een vissershaven met veel lekkere restaurantjes,

WP_20180721_001

met actiegroep tegen het verbod om kleine vis terug te gooien,

WP_20180721_003

bezoek Goedereede met het havenhoofd. Daar was vroeger de haven en er is het nodige te zien ter herinnering aan dat verleden.

WP_20180721_012

en een beeldje van hoe het was; je ziet als achtergrond de verzande vaarweg

WP_20180721_009

Dan ga ik door naar Schouwen-Duiveland, via de Brouwersdam. De Brouwersdam is nu  een aaneenschakeling van stranden. Hoezo ‘dam’? Dat beeld is allang weg. Natuurlijk ga ik er ook even lekker in een strandtent zitten loungen…

En dan vind ik in Scharendijke een heerlijke boerencamping. Er zijn kippen, eenden en een pauw, maar even doorvragen aan de campinghoudster wijst uit dat ook een aantal hectaren land nog door haar worden bebouwd.

Ook zij is gewend aan alleen reizen en kent de charme ervan. En zij is inmiddels door de liefde verbonden aan Afrika: zij en haar Gambiaanse partner hebben nu twee huizen; hier én daar. Dat maakt het leven ingewikkeld maar ook rijk. Eten doe ik die avond luxueus in de Zeilclub van Scharendijke. Vis natuurlijk.

De volgende dag rijd  ik heel Schouwen Duiveland door naar Ouwerkerk: de plek waar het laatste gat werd gesloten na de Watersnoodramp in 1953. Het dorp is stil, deze zondagmorgen; iedereen is naar de kerk..

WP_20180722_011

En de waterhoogte van 1953 staat nog op het huis.

WP_20180722_002

WP_20180722_005

Daar werden 4 caissons afgezonken, en in die caissons is een paar jaar geleden het Watersnoodmuseum geopend. Voor mij als oud- Rijkswaterstater (1981-2000) een bijzondere ervaring. Veel van wat er te zien is was mij natuurlijk bekend  maar in de tentoonstelling is het op menselijke maat weergegeven en dat maakt het toch weer emotioneel. En – even technisch bekeken – een goede weergave van de huidige ideeën over zeespiegelrijzing en dus de volgende stappen. Buiten het museum kan je leuk wandelen, en en passant  het ‘dijkmuseum’ bestuderen.   Op de dijkhelling is een collectie dijkbekledingen aangebracht met toelichting van wat er positief / vernieuwend aan was en waarom het toch weer is achterhaald.

WP_20180722_013

Overigens wel een leuke ontmoeting met een andere bezoekster: medewerker van de hogeschool Van Hall (Leeuwarden) /  Larenstein (Velp) . Zij was OR lid dus wist veel over de fusie en dat herkende ik dan weer uit mijn RWS tijd.

Dan over de Zeelandbrug: Schitterend! Voorzover ik weet nog nooit overheen gereden. Als oud RWS kozen we natuurlijk altijd voor de Oosterscheldekering..

En dan loop je nog eens zomaar tegen een sluis aan – zoals er zo vele zijn in dit gebied.  Vol met zeilend recreatieverkeer, en de Nederlandse en Franse fietsers staan te wachten en zijn zeer belangstellend naar de uitleg van wat er gebeurt.

WP_20180722_027

En dan op naar Vlissingen, waar ik een hotelkamer heb gereserveerd met zeezicht. Niet veel slapen, die nacht! Ik struin de boulevard af, drink wat bij de Gevangentoren en eet wat, ergens meer naar het westen. Op de boulevard staat een beeldje van een leerling van de Zeevaartschool (die aan de boulevard in Vlissingen was tot 1988) . Ik maak er foto’s van omdat mijn oude, inmiddels overleden  buurman zo’n leerling was. Als ik thuiskom zal ik de foto’s aan mijn buurvrouw, zijn weduwe laten zien. Zij ging als 19jarige regelmatig bij hem op bezoek in het weekend… hun oudste kind is daar gemaakt.

WP_20180722_047

Een fantastische zonsondergang.

WP_20180722_066

Ik heb de hele nacht genoten van de voorbijvarende schepen. De volgende morgen struinde ik nog even de  Walcherse kust af: Zoutelande ( van het liedje), Westkapelle met de zeedijk die ineens uit het strand oprijst,

WP_20180723_020

Veere de vestingstad… en dan naar de Westerscheldetunnel. Ik heb tunnelvrees, het angstzweet slaat me uit, ik moet na de tol nog wat drinken en mijn gewone bril bij de hand leggen… er is nog een heel stuk bovengronds, een sprongetje omhoog, en dan met een ferme duik de tunnel in.

Wat is hij móói! Zo ruim en goed verlicht; ik voel me veilig. Na een paar minuten krijg ik een oproep op de autoradio dat er een ambulance met een spoedopdracht  gaat inhalen.  “Blijf rechts rijden en laat de ambulance passeren”.  het voelt een beetje Big Brother  maar dat is toch wel een goed idee.

Natuurlijk ga ik alsnog langs Breskens… jammer dat die pont alleen nog voor voetgangers en fietsers is. Toch zal hij zijn sociale functie nog behouden. (Lang geleden hoorde ik van een studie naar de sociologische aspecten van de Zeeuwse ponten: waar een tijd een pont lag zag je huwelijken in de kerkelijke – en later bevolkingsregisters; daten deed je met de jongens / de meiden aan de overkant.)

En dan IJzendijke met een mooie geschiedenis. Hier in Zeeuws Vlaanderen waren de Spanjaarden nog lang een sterke macht. Een beeldje met een schakende Spaanse machthebber..

WP_20180723_032.jpg

Dan naar Sluis waar ik het niet kon vinden (erg druk) en uiteindelijk tot rust op weer net zo’n fijne boerencamping in Retranchement. Met het Zwin onder handbereik en Cadzand als drukke badplaats. Het Zwin is prachtig en rustig, en ook een natuurgebied. Bij de monding een interessant strand met veel verandering onder invloed van het getij

WP_20180724_012

.. en wat verder landinwaarts een begroeid landschap waar je in principe niet in mag, Artikel 461 strafwetboek, maar och… als je de natuur niet verstoort.. “Niet beschadigen of verontrusten”

WP_20180724_005

Na een extra dag lummelen reed ik terug naar huis, langs de zweefvliegclub in Axel  (EZAC) waar niemand aanwezig was,

WP_20180725_002

en daarna langs de fraaie vestingstad Hulst. Daar is het aan de Markt goed toeven , de kathedraal is lief en de rondwandeling langs de vestingwerken indrukwekkend.

WP_20180725_006

WP_20180725_007

Huisjes tegen de vestingwal aan gebouwd..

Tijd om naar huis te gaan. Al met al heb ik deze 2 toertjes een aardig beeld gekregen van de Hollandse, nee, Nederlandse kust en wat daar rondom zo te beleven valt.

De grens tussen land en water.

Die brengt veel teweeg. Een mens kan 70 worden maar toch is er in eigen land nog wat te beleven.

 

 

 

 

Onlangs overleed mijn ‘collega-oma’. Een sterke vrouw van 84… een halve generatie ouder dan ik. Ze had haar 80ste verjaardag nog groots gevierd, gelukkig. Haar conditie was de laatste jaren achteruit gegaan, haar wereld was klein geworden. En sterk afhankelijk van de mantelzorg van haar kinderen.

Het afscheid werd druk bezocht: een grote familie maar ook veel vriendschappelijke contacten, sommige al van lang geleden. Neefjes en nichtjes, de volgende generatie, en vrienden ván die volgende generatie, die haar kenden als de moeder van hun vriend/ vriendin.

Vanwege de RK signatuur waren er veel katholieke elementen in de afscheidsrituelen, maar er is tegenwoordig  ook ruimte om dat op je eigen manier in te vullen. Een vrouw leidde de ceremonie. Geen eucharistie. Dan kan dat. Want voor een eucharistie heb je een priester nodig en daar zijn geen vrouwen bij. En de nodige kritische noten, want T. was geen slaafse volgelinge… Ruimte voor familieleden om iets te  zeggen.. waardoor het beeld bij de aanwezigen weer wordt ingekleurd. O ja, zo was zij. O, dat wist ik niet van haar.

Dit is ook de tijd dat mijn generatiegenoten besluiten om hun 60ste, 70ste verjaardag al dan niet uitgebreid te vieren, of hun 40- of 50jarig huwelijksfeest (of 25, maar dat is het tweede-kans huwelijk..). Binnenkort ben ik ook aan de beurt. “Heb je daar dan zin in?”  vraagt degene die zich daar niks bij kan voorstellen.

Maar waarom zou je het vieren en herdenken van je leven uitstellen tot het moment dat je er niet meer zelf bij bent? Zo’n kroonjaar is toch een mooie aanleiding om met vrienden en familie de oude verhalen op te halen, maar ook om te feesten, met zang en dans et cetera, terwijl je zelf nog kunt meegenieten. Dat neemt niet weg dat er ook gevierd mag worden bij je dood…

Ik doe de witte bonen uit de pot in een vergiet en spoel ze grondig af. Eh… A. !  een vriendin van al jaren her, via onze mannen en hun werk. We scheelden een jaar of wat in leeftijd dus ook in generatie van onze kinderen, zodat hun dochter mooi op ónze kinderen kon passen. Af en toe aten we bij elkaar, al dan niet in grotere gezelschappen. Ik zag A. bij zo’n gelegenheid  de peulvruchten uit de pot afspoelen ‘omdat er van alles in de omringende saus zou zitten’. En sindsdien doe ik dat ook…

Vanavond maakte ik een bonenschotel: veel groente, gehackt van de   vegetarische slager , een geroosterde boterham erbij .. en dus bonen uit een pot. En ik moest ineens aan A. denken. Zo denk ik bij het wisselen van mijn tweepersoons dekbed aan een tijdelijke amant die daar een handig truukje voor had. En bij het snoeien van een bepaalde struik weer aan een ander persoonlijk gegeven advies, en als het gaat over kippenlevertjes… die kan ik niet meer eten sinds het deskundig advies van mijn inmiddels allang overleden nicht die promoveerde op residuen van medicijnen in vlees.

Als je 70 wordt heb je veel vaste gewoontes waar je meestal niet bij stil staat. Zinnig? Och je leeft ermee, en blijkbaar geeft het je geen nadeel. Als je je er al van bewust bent. Maar bij sommige gewoontes weet je waar ze vandaan komen; je ziet even die persoon voor je en het voelt goed en logisch – of je realiseert je dat je dit beter kunt loslaten omdat het alleen maar een  gewoonte is geworden die geen toegevoegde waarde heeft.

Eh.. van die bonen weet ik het niet, het voelt niet verkeerd en het kan geen kwaad.

Niet bij elke associatie met een voorbeeldpersoon voel ik die behoefte maar… mooie aanleiding om A. weer eens te bellen.

Het geheugen – een raar ding. Blij dat ik het nog heb…