Archives for category: Uncategorized

… telewerken was in 1994 al uitgevonden!

Zo rond 1993 zat ik als adviseur bij de Directieraad van Rijkswaterstaat. Aan de orde was een van de grote nota’s over Verkeer en vervoer, of over Ruimtelijke Ordening. Die lagen natuurlijk al vrij dicht bij elkaar. Als ‘personeelsmeisje’ riep ik toen:  “.. en als we nou de hele Rijnmond 4×9 gaan laten werken is het fileprobleem daar opgelost”. Opgetrokken wenkbrauwen, maar op een of andere wijze kwam het idee toch ergens in die nota terecht.

Nog niet in de uitvoering. Wel startte het toenmalig Ministerie van Verkeer en Waterstaat, ook met een link naar ‘Brussel’ , een pilot Telewerken. In één (kleine)  directie liep een experiment, en daar werd van geleerd. Vervolgens was ik als lid van het managementteam mee vormgever aan een fusie mét verplaatsing van ca 100 medewerkers over een afstand van rond 75 km. En gingen we telewerken inzetten als instrument voor de mensen met lange reistijden. En het werkte! Mits je je aan bepaalde voorwaarden hield, en het was voor sommige leidinggevenden wennen om geen direct toezicht te hebben maar te werken met wat globalere opdrachten.

Helaas heeft het werken op afstand / thuiswerken nooit echt grootschalig doorgezet; het ritueel van ’s ochtends en ’s avonds op de weg (vertraging)  of in de trein (slechts staanplaatsen) je in de drukte te begeven hield stand, en dus ook de druk op ‘meer asfalt. (En 130 rijden omdat dat zo fijn is, terwijl de doorstroming met 100 veel beter is, plus zuiniger in brandstofgebruik en veiliger vanwege minder snelheidsverschillen. Maar dat terzijde, daar had ik het nu even niet over. )

Wat een fijne verrassing om nu te zien dat een minuscuul virusje in staat is om dat echt te veranderen! Thuis werken blijkt toch mogelijk. Niet voor iedereen; verzorgen en fysieke productie bijvoorbeeld moet nog steeds  ter plaatse gebeuren. Maar zoveel andere zaken wel! Of één dag in de week thuis om je administratieve taken te doen.  waar we zo over klagen dat die teveel tijd opslokt van ons ‘echte werk’.

Zou het bevallen? Zou het smaken naar meer, zou het beklijven?

En niet alleen het minder reizen maar ook het minder vergaderen. Daar meer selectief in zijn.

Ik ben ervan overtuigd dat IRL ontmoetingen en bijeenkomsten een grote meerwaarde hebben. Ik heb ook wel eens de stekker eruit getrokken toen het emotioneel werd en een ‘op afstand meevergaderaar’ voelde als voyeur.

Leerzaam, zo’n virus…

En als we toch bezig zijn: Hoe is het met terugschakelen van de standaard werkweek naar 30 uur? Met mogelijkheid om huiselijke en zorgtaken beter te verdelen en als je werkt, daarvoor meer energie te hebben? Het is allang bekend dat mensen met een grotere deeltijdbaan redelijk  flexibel omgaan met hun uren en ongeveer evenveel produceren als een fulltimer…

Onderhand speel ik al heel wat jaren viool. Begonnen met een workshop van Marieke de Bruijn in het Stamhotel, daarna les genomen bij Martijn Tjoelker, lid geworden van orkest AMOR, veel gaan samenspelen met vriendinnen en in verschillende ad hoc ensembles.

Wat is een vriend eigenlijk?

Iemand met wie je graag samen bent. Eh… met mijn viool ben ik de meeste dagen wel een uur samen! Zo close ben ik met geen andere vriend.

Iemand die je niet altijd naar de mond praat maar je ook af en toe een spiegel voorhoudt. Eh… Als iemand je dag en dagelijks confronteert met je tekortkomingen, dan is het wel je viool. Er lukt zoveel niet. Het wordt bijna nooit zo mooi als je had gedroomd. Je hebt weer minder  mooi gestreken, de toon niet zuiver geraakt.

En toch, vriendje, ben ik elke dag weer met je in de weer. Je daagt me uit, je geeft me plezier. Je kraakt mijn hersens (goed voor ouderen, zoals Erik Scherder zegt), je zorgt dat mijn vingers soepel blijven en je biedt zoveel mogelijkheden voor sociaal contact.

Of je nou viool gaat spelen of een ander instrument: muziek maken is voor alle leeftijden! ( en voor alle gezindten, zegt Guus Tangelder wel eens..)

Je zult nooit meer in het Concertgebouw staan – althans niet met publiek. Maar je kunt genieten van zelf spelen, van samen spelen én van spelen voor eigen publiek,  of vreugde geven aan  mensen in een verpleegtehuis.

Zo’n dingetje van hout en 4 kunststof snaren… een 4 eeuwen oud ontwerp maar nog elke dag een vriend.

 

 

 

20200118_171712

.. dat was de tune die we leerden kennen in het beginstadium van die betonnen puist rond Station Utrecht Centraal. Na aanvankelijk enthousiasme en vervolgens veel protesten – wat moest er niet allemaal voor gesloopt, en in die jaren drongen de nadelen van het consumentisme door – werd het complex in 1973 feestelijk geopend. Twee jaar later kwam ik met mijn gezinnetje in Woerden wonen en voor sommige aankopen dacht je dan: Hoog Cátharijne… een minuut of 10 in de auto en dan verdwaalde je met je kroost in de parkeergarage en in de koopgoten van toen. Ik heb er niet veel gekocht uiteindelijk.

Na twee jaar verhuisden we weer uit Woerden naar de Randstad en zag ik Hoog Catharijne alleen nog maar als stationsomgeving van Utrecht Centraal, als ik daar moest zijn. En verder was er een praktische vergaderlocatie bij Hoog Brabant. Als je elders in de stad moest zijn: Zoek de uitgang / een uitgang. Kon van alles zijn. Moreelsepark, Vredenburg, Jaarbeurs…  In een van die nondescripte binnenstraten was ook een vergadercentrum waar nog eens iemand uit de garderobe de verkeerde groene waxjas had meegenomen (de mijne dus) en dat werd  weer aangenaam opgelost omdat hij en ik beiden wat te zoeken hadden in Leiden. Een week later stond hij met een bloemetje voor de deur van mijn ouders. In de tussentijd deed zijn waxjas mee aan mijn zweefvlieg- herfstkamp,  want ik kon niet zonder.

Vandaag had ik een afspraak met een afstudeerder in Utrecht en in combinatie daarmee bezocht ik de tentoonstelling in het Centraal Museum . Over Kanaleneiland – en Hoog Cátharijne, winkelhart van Nederland. Dromen in beton 

Sprak mij zeer aan! Kanaleneiland werd ontwikkeld omdat Utrecht totaal uit zijn krachten groeide. Een moderne wijk met flats en groen, en de inzet om er een fijne woonwijk van te maken. Met voorlichtingscentrum van Goed Wonen, hoe je die woningen mooi kon inrichten. Je zag voorbeelden van Artifort, de Ploeg en dergelijke. Ikea bestond nog niet… je was een kapitaal kwijt aan een degelijke inrichting. Jaren ’60 dus. En er waren elektrische apparaten op de markt dús een winkel van Philips.. De tentoonstelling laat dit zien maar ook de ontwikkelingen van de latere jaren. Een probleemwijk. Het blijkt door de toewijzingsregels van Huisvesting een soort noodlot te zijn dat de samenstelling van de wijk onevenwichtig wordt. “In mooie wijken blijven mensen wonen, in minder mooie wijken is de doorstroming sneller dus je kunt er vaker een urgente kwijt.” sprak de verantwoordelijke wethouder. Een Vogelaarwijk. En de worsteling terug omhoog, met actieve bewoners en speciale projecten.

Hoog Catharijne is inmiddels aan de volgende ronde begonnen. De verbinding met de stad was slecht, de lege ruimtes op de begane grond lokten problemen uit. De winkelstand liep terug.

De gedempte gracht werd weer water, er kwam een stationsplein. Het winkelcentrum werd gemoderniseerd, is zelfs redelijk aangenaam om als passant door te lopen.

Vandaag was het bezoek aan de tentoonstelling dus gecombineerd met het ‘in het veld’ onderzoeken van de nieuwe situatie…

de foto bovenaan dit blog is van nu!

Het lijkt me een verbetering, maar wat blijft is het mechanisme dat in de tentoonstelling met een mooie video werd toegelicht: in 1939 ontwikkelde een architect voor de Wereldtentoonstelling een Futurama waar men kon zien hoe de wereld er in 1960 uit zou zien. De bezoekers van het Futurama werden via geleide paden ‘automatisch’ langs de show geleid. Het beeld leek sprekend op wat ik op mijn terugweg naar de trein zag: Wat een mooi winkelcentrum,  en hoe laten wij ons daar als makke schapen doorheen leiden..

Gelukkig gaf het stationsplein wel een gevoel van ruimte, meer dan de aaneengesloten bouwmassa  van vroeger.

20200118_171716

En boven het stationsplein hangt wel een dak…

20200118_171657

 

 

 

Met mijn kunstvriendin bezocht ik de tentoonstelling in het Designmuseum in Den Bosch; zij is half Duits van origine maar wel van een leeftijd die de Tweede Wereldoorlog nog verder van zich af heeft dan ik (1948). Ze was nieuwsgierig en haalde mij over om samen te gaan kijken.

Het museum ligt tegenover de voormalige synagoge, waar nu een monument is ter herinnering aan de in WO II weggevoerde Bossche joden.

Er was vooraf nogal wat, voornamelijk negatieve, publiciteit over de tentoonstelling. Moet je dat wel vertonen? Is dat niet teveel eer?

In Duitsland heb ik al eens een drieluik tentoonstelling gezien: ‘Ontaarde kunst’ (de vooral non-figuratieven van vóór de Nazitijd),  dan de kunst van het Derde Rijk waarin de Arische Duitser en het Duitse leven werd verheerlijkt, en tenslotte de terugkeer naar de moderniteit, een vervolg op het eerste luik,  mét verwerken van de oorlogsellende. Wat we hier te zien kregen, verwachtte ik, zou het middendeel van dat drieluik zijn.

Nou nee. Het was niet ten onrechte het Designmuseum dat deze tentoonstelling organiseerde. In feite werd in beeld gebracht hoe het hele Derde Rijk één totaalconcept was. Alles al in de basis aanwezig in het oerboek Mein Kampf, maar daarna door Adolf Hitler zelf en een aantal andere toonaangevende personen (Speer, Riefenstahl etc) verder uitgewerkt tot in de kleinste details. Het hakenkruis (een achtste slag gedraaid waardoor het er ineens dynamisch uitzag) en de gestileerde letters, de armband met hakenkruis bij wijze van eenvoudigste uniform, de vlaggen, de helm, de Jerrycan, de Volkswagen waarvoor je zegels kon sparen maar die nooit werd uitgeleverd (de inleg in de zegels verdween in de oorlogskas), de gepantserde Mercedes  – waarin Hitler onlogisch genoeg met open dak paradeerde – ,  ontwerpen van een nieuw kunstencentrum en de Rijkskanselarij, de Autobahnen, een hele reeks huizen, meubels, serviesgoed, ja eigenlijk werd ook het hele landschap ontworpen. Organisatieschema’s verduidelijkten hoe de samenleving zou worden geleid en hoe de kunsten werden ingeregeld; Kulturkammer met voor elke kunstvorm een eigen onderdeel, een vakje in het organisatieschema. De beeldende kunst en design was specifiek uitgewerkt, met ontwerp, productie en kwaliteitsbewaking.

Ook de massabijeenkomsten werden tot in de details ontworpen. Op video te aanschouwen hoe de bewegingen werden geregisseerd en hoe gretig de duizenden deelnemers hun rol vervulden; militairen en burgers, grote groepen gymnasten. De Olympische Spelen van 1936 als hoogtepunt van design. (Met Jesse Owens in beeld – dat paste eigenlijk niet in het ontwerp). De tocht van het Olympisch vuur van Olympia naar de speelstad Berlijn schijnt toen bedacht te zijn. Ook in Amsterdam 1928 was er een olympische vlam, maar die Arische sporters die de verbinding in beeld brachten met het oude Griekenland (met naakte atleten) – dat was nog niet eerder  vertoond. “Die houden we er in!” Er werd ook een speciale fakkelhouder voor ontworpen.

De specifieke snor,  de fotoboeken die er uit zien als Suske en Wiske albums, maar dan met foto’s van ‘Hitler in Parijs’  etc… , vlaggen, onderscheidingen (Het IJzeren Ridderkruis, met oorkonde in een rode map), sportshirtjes voor meisjes, aanwijzingen voor een goed huwelijk.

Als bedrijfskundige herkende ik er veel in. McKinsey en alle theorieën over leiderschap en beïnvloeding, het was toen – hoewel niet met dezelfde terminologie – allemaal al bekend. De industrieel opgezette concentratie- en vernietigingskampen.

De massabijeenkomsten zijn sindsdien nog vaak herhaald door vele dictators. De specifieke ontwerp-elementen verschillen een beetje maar het patroon is herkenbaar. Zo’n totaal-ontwerp als op deze tentoonstelling heb ik echter nog niet gezien. Of heb ik wat gemist?

Je ziet vóór je hoe de argeloze burger erin werd geluisd. De kunstenaars, cabaretiers en schrijvers, de communisten en activisten die het in de eerste dertiger jaren zagen aankomen en de signalen verstonden – ze maakten zich uit de voeten, of hoopten er het beste van. Hun vernietiging werd onderdeel van het concept, samen met joden, homo’s, Sinti en Roma.

Het bezoek aan de tentoonstelling wordt gestroomlijnd en foto’s maken mag niet. De tentoonstelling mag niet in verkeerde handen vallen. Geen cherrypicking, geen misbruik van symbolen en andere onderdelen. Ook de tentoonstelling is een totaalconcept.

 

 

 

 

 

 

 

Ik had weer eens een uitstapje met mijn zoon. Verjaardagscadeautje…  We bezochten de Monet tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum, tegenwoordig onder de naam Kunstmuseum. In tram 16 waren ze nog wat ambivalent: op de display stond het als Gemeentemuseum maar het omroepbericht voor de halte noemde het Kunstmuseum. Gelukkig heeft Berlage alleen maar het woord MUSEUM op de gevel gezet, dat voorkomt een hoop gedoe.

Ons bezoek aan de Monet tentoonstelling wordt in beeld gebracht op de facebook pg van mijn zoon.

Maar daarna lunchten we op zijn advies in het restaurant van GEM (waarmee we dus de tentoonstelling over Dans en Mode aan ons voorbij lieten gaan.. we liepen nog even de eerste zaal binnen met een collectie dansschoenen) .

Als je verrassende kunst zoekt moet je meer naar het GEM /Fotomuseum .

Deze keer een tentoonstelling van Emma Talbot. Die liet je in 4 objecten/ installaties  het leven ervaren van geboorte tot dood. Beide meest belangrijke events in je leven – maar je was er niet bewust bij!

Een installatie bij de geboorte, een groot roze plateau waarop een bevalling, een  kind met placenta..

bevallingkind met placenta

een reis door het leven met een serie ingenieus opgehangen tekeningen en een groot gordijn met schilderingen op zijde,

wand

met zoveel details in beeld en tekst..

tekst

en uiteindelijk…  de dood in een vulkaan.

Je loopt naar het eind en ziet een soort wigwam.

dood

Maar de lava stroomt. En aan de nu nog onzichtbare kant is de wigwam open en er ligt een lichaam.  Een symboliek die voor ons niet echt te begrijpen is. Maar wel te ervaren.

 

 

 

 

Een aantal jaren geleden besloot ik van bank te veranderen. Ik kon me niet meer vinden in het beleid van mijn ‘goeie ouwe PCGD’…

En ik ben daar nog steeds blij mee. Je wilt dat je bank maatschappelijk de keuzes maakt die jij ook zou maken, in mijn geval duurzaamheid in alle aspecten. En Triodos scoort daar naar verhouding goed in.

Natuurlijk was het wennen aan de nieuwe systemen en werkwijzen. Het gedoe met de Identifier, maar  daarna het ontdekken van de app!  Ik had wat bedenkingen bij de veiligheid van dit systeem maar dat leek geen probleem en ik heb er een paar jaar fijn mee gewerkt. Maar er was de laatste maanden best een  gevoeligheidje: Soms kon je er niet meer in. Na wat uitproberen merkte ik dat je actief moest uitloggen. Was je dat vergeten dan skipte je de app en nam een nieuwe versie van de app store. Ik weet niet wanneer ik dat nog heb kunnen doen maar vorige week kreeg ik de melding: Deze app kan niet aan u verkocht  worden vanwege uw iOS versie  ( het besturingssysteem van Apple)

Ik stuurde een mail aan Triodos met de vraag wat nu te doen. Ik kreeg al vlot antwoord (aanmerkelijk eerder dan beloofd in de eerste reactie op mijn mail, hulde! ).

Zoals te verwachten: Ja, de app is vernieuwd en we passen ons aan aan de eisen van de tijd qua beveiliging. En helaas kon dat niet meer in de oude omgeving. Kunt u uw / kan je je ( de mail hinkt op 2 gedachten qua ‘u’ en ‘je’) de iPad van een nieuwe versie besturingssysteem voorzien? , en je kunt altijd Internetbankieren.. Zo dus. Nee, mijn iPad kan niet meer overschakelen op een nieuwe versie van het besturingssysteem. Apple heeft dat fijn geregeld. Daar liep ik al eerder tegenaan, bij andere apps. En Internetbankieren…nou ja, als het móet, maar dat is toch wel een ingewikkelde methode.

Dus ik kocht een nieuwe iPad waarop wel de nieuwe versies van de apps draaien,  waaronder de app van Trio (hoop ik). Het werd ook eens tijd; die iPad was alweer 5 jaar oud..  Ik moet m nog even installeren en  allerlei functies ontdekken voordat ik er echt nut van heb, maar het zal vast wel weer een enorme vooruitgang zijn.

Maar nu de essentie van deze post: Wat is de duurzaamheid van het voortdurend upgraden? Voor wie is dit te volgen? Als het bedrijfsmatig te verantwoorden is doe je het en declareert de kosten of trekt die af van de belasting. Maar als particulier moet je dat zelf regelen. Bij de pinken zijn, je software updaten – maar ook je hardware vernieuwen.

Ik ben van mening dat organisaties met publieksverantwoordelijkheid (en dat zijn niet alleen overheden, maar die ten minste) bij het vernieuwen van de software die de klant raakt, meer aandacht moeten hebben voor de realiteit van de gebruiker. Van de professionele gebruiker mag je andere verwachtingen hebben dan van de private gebruiker – die het met de communicatie met de overheid (pars pro toto alle vergelijkbare instanties) al moeilijk genoeg heeft .

Update vier dagen later:

De nieuwe iPad Mini is geïnstalleerd; ik was particulier aan het rommelen en het werd niks. Kon geen apps installeren… Terug naar de gebruiksaanwijzing (RTFM – read the fucking manual..) die me al door de leverancier was aangereikt.

Nu doet-ie alles wat ik wil en waarschijnlijk nog meer. Ga ik de oude iPad mini maar es uit zijn hoesje rukken en de nieuwe er in… nou, dat kan je dus vergeten. De in- en uitvoergaten komen niet overeen! Voeding, camera, …

Kassa voor Apple. Nieuw hoesje kopen want die glibber is in blote toestand niet te gebruiken. Weer 35 euro erbij. Wat een briljant verdienmodel…

 

 

 

 

 

 

 

Mijn groentetas van Bioboer Giel ziet er weer goed uit… er zitten vaak groenten in waarmee je niet zo vertrouwd bent of waarvan je denkt: wat moet ik daar nú weer eens van maken?

Deze week onder andere een flinke krop andijvie in de tas. Inmiddels heb ik wel wat andere bereidingen ontdekt, maar een geliefde klassieker is toch telkens weer Stamppot rauwe andijvie met spekjes.

Vandaag heb ik dat dus weer gemaakt. Inmiddels voeg ik er wat aan toe: als parttime vegetariër vervang ik een deel van de spekblokjes door oude kaas. De vegan is daar niet van gecharmeerd. Maar toch. We zijn op weg. En een paar partjes tomaat meebakken. Of uien, of andere oneigenlijke toevoegingen aan deze Nederlandse klassieker.

50 Jaar bijna dagelijks koken. Sinds ik het ouderlijk huis verliet (19 was ik) kook ik bijna elke dag. Studentenkost in het studentenhuis: pasta met rooie saus, gefrituurde aardappelpartjes met een burger en sla, dat soort dingen.  (Gekookte aardappels met jus was burgerlijk en taboe.)  Je leert bij. En na zoveel jaar sta je nergens meer van te kijken. Wat ook erg handig is: op Internet kan je per ingrediënt ideeën opdoen.

Sommige mensen leren koken van hun moeder. Ik niet; mijn moeder hield niet van koken. Mijn vader wel, en ook wat buitenissige dingen. Uiteindelijk, toen hij dementeerde, was hij gespecialiseerd in het koken van een perfect zacht ei… wat ik nog steeds lastig vind.

Maar iets anders kreeg ik wel mee van mijn moeder: haar stiefmoeder had neven die uit Denemarken emigreerden naar Frankrijk. Een in de Vogezen, de ander naar de Côte d’Azur. Waarmee natuurlijk geweldige logeergelegenheden ontstonden.

Op mijn 15de werd ik uit logeren gestuurd bij de, alleen nog Frans sprekende,  familie in de Vogezen, en met de 10jarige dochter meegestuurd naar een padvinderskamp. Als gymnasiumleerling was je in die tijd niet getraind in actief gebruik van de Franse taal..  Maar ja, dan moet je wel. Met handen en voeten én wat je tot dan toe had geleerd kwam je er toch wel uit. Na die week kabouterkamp en nog een week bij de achternicht thuis, wende je ook aan spreken met en verstaan van de man die de gasleiding verving, en M. le Curé die kwam dineren. Dat heeft me een goede start gegeven in een leven met actieve beheersing van de Franse taal. Nog veel gemak van gehad, zoals bij het voorbereiden van een Franstalig programma voor mijn koor en bij de organisatie van een zweefvliegkamp in Frankrijk, inclusief het houden van een tweetalige tafelrede bij een festiviteit van ons als bezoekers en de ontvangende Franse vliegclub.

Maar nu terug naar de stamppot andijvie: Ik was 15, was in dat padvinderskamp natuurlijk een bezienswaardigheid als Nederlandse keukenhulp, en de vraag was of ik een keer een Nederlandse specialiteit kon bedenken voor de avondmaaltijd. Stamppot rauwe andijvie leek me wel wat. Maar ja, wat is andijvie in het Frans en hoe zit het met de hoeveelheden? Geen idee!  Ik had geen enkele kook-ervaring. Endive? nee, chicorée! Endive is witlof. Dat zou wel een heel ander resultaat hebben opgeleverd. Om het lekker te maken moet er best veel rauwe andijvie in. Even laten slinken, de apart uitgebakken spekjes erdoor… mmm. Maar ja, het werd aardappelpuree met wat spekjes en hier en daar een blaadje andijvie. Ik schaamde me..

En nog steeds zou ik wel moeite hebben om een leuk Nederlands gerecht aan te dragen dat geschikt is voor een groep van ca 30 personen met beperkte keukenmogelijkheden. Nu zou ik eerder  denken aan een peulvruchtenschotel! Vijfschaft…