Vandaag de Dag van de Bouw. In Arnhem, de plaats waar ik pal naast woon en die mijn stad is.. zie ik een paar objecten figureren in de presentaties.  In mijn favoriete Arnhemse medium Arnhem Direct: dat overigens in de problemen is vanwege hardnekkige trollen.  De Jansbeek als bezoekbaar object interesseert me bovenmate omdat ik zelf aan een beek woon (de Rozendaalse Beek), een van de vele beken die op de Veluwe ontspringen en uitlopen in de Rijn , de IJssel of het Randmeer. Bovendien is het project ‘Jansbeek bovengronds’ een mooi alternatief voor de eerdere Rijnboogplannen met haven. Daar is nog eens een referendum over geweest, waarbij de keus was tussen verschillende havens, maar in alle gevallen een haven. Ik als niet Arnhems ingezetene maar wel zeer betrokken sinds ik in deze regio woon en werk (1994) was gefrustreerd omdat ik niet mee mocht stemmen. Toch eens over nadenken hoe je met referenda  om kunt gaan t.a.v. de betrokken buurgemeenten… Bij dat referendum was er dus de keus tussen drie varianten van haven, maar géén haven was geen optie. Als alternatief werd ‘de Jansbeek bovengronds’ gepromoot; de opkomst van het referendum was laag. En je kon er dus niet zoveel mee. Maar die Jansbeek…. Nou ja, in de huidige realiteit is het Kunstencluster (na Rozet als het Cultuurcluster)  komen te vervallen. Het onderdeel Filmhuis krijgt een eigen pand, het museum wordt vernieuwd en uitgebreid… de haven komt er niet, maar wel de Jansbeek bovengronds! Nog een heel  project..

Maar deze keer koos ik, in het kader van de Dag van de Bouw,  voor het bezoeken van de openstelling van (de herbestemming van) het kantoorgebouw aan het Gildenmeesterplein, het oude  Rijkskantoorgebouw waar ik werkte van 1994 tot 2000. Het is een kantoortoren van  18 verdiepingen waarvan de meeste werden gebruikt door Rijkswaterstaat. De twee laagste verdiepingen zijn veel groter; het verhaal gaat dat het gebouw ooit is ontworpen als huisvesting voor alleenstaanden met gemeenschappelijke voorzieningen in die laagbouw…

Als (bij nader inzien?) kantoorgebouw had het pand zijn beperkingen maar ik  heb er met plezier een aantal jaren op de achtste etage gebivakkeerd, en bij visites aan andere kamers genoten van steeds weer wisselende uitzichten over de stad, de Veluwe en de rivieren (en een vrij lelijk uitzicht over een industriegebied… ).

Rijkswaterstaat verliet het gebouw een paar jaar nadat ik er was vertrokken; sindsdien stond het leeg. Op zeker moment kwam ik, in het Arnhemse ontwikkelaarscircuit,  een paar mannen tegen die antikraak in MIJN pand zaten!  Hun thema was Duurzaamheid en dat klopte met wat ik in die tijd als belangrijk thema had. Ik heb daar ruim een jaar  als vrijwilliger gewerkt en in die periode kwamen er veel alternatieve ontwerpen voor het pand aan de orde (ook studie-opdrachten van studenten van de HAN, de Hogeschool Arnhem Nijmegen). De meeste ontwerpen:  Terug naar de oorspronkelijke woonbestemming, maar gecombineerd met ruimte voor kleine (maatschappelijke en milieuvriendelijke) ondernemers,  en een wijkvoorziening waar men elkaar kan ontmoeten en waar plaats is voor instapwerk. Plus een energie neutraal ontwerp, met benutten van hemelwater voor moestuinen in serres en  … nou ja, al met al heel ambitieus. In die periode was het niet te realiseren vanwege de nog hoge prijs van de eigenaar en nog niet echt de lust tot hergebruik van gemeentewege. Ja, een mooi plan…

Wat fijn dat het nu zover is. Oké, wat minder ideaal, maar toch A+ qua energiegebruik, verdiepingen voor studenten met zelfstandige units én groter dan de 12 vierkante meters die in mijn tijd de norm waren, verdiepingen voor short stay internationale studenten met gedeelde voorzieningen, en op de eerste ( zo’n grote laagbouwverdieping) zelfs zes vijfkamerappartementen. Met een binnentuin. En zonnepanelen op het dak van de laagbouw. Overigens was vroeger op die verdieping het Berichtencentrum gevestigd, met een aparte ingang. Een crisiscentrum, in principe bedoeld voor hoogwater. Onafhankelijk functionerend van het kantoorgebouw, want het moest bij nacht en ontij gebruikt kunnen worden. En dat heb ik gezien, januari 1995! De rivieren stonden hoog, delen van de Betuwe moesten worden ontruimd. Onze pas binnengekomen collega’s uit Zwolle (fusie Arnhem /Zwolle per 1-1- 1995) werden meegetroond naar het Berichtencentrum  – en ze waren in één keer overstag! Tjongejonge… dat is geen kattenpis.

Fijn dat het gebouw nu eindelijk binnenkort de nieuwe bewoners kan verwelkomen. En het is al zoveel vrolijker dan vroeger! Allemaal gekleurde vlakken aan de gevel; tussen de ramen die nog alleen op kierstand open kunnen. rws_toren_a.i (1)

… een boekpresentatie van Steffie van den Oord.

Vandaag, 6 mei, presenteerde Steffie haar nieuwste boek. Ik ken Steffie van een cursus Oral History die ze gaf voor de HOVO (Hoger Onderwijs voor ouderen )  in Nijmegen. En ze was het weer helemaal!

WP_20170506_009

Die cursus was (zonder dat dat vooraf was gemeld in de HOVO catalogus) tevens een uitdaging om ook zelf een interview af te nemen bij een oud mens, en daar ook een productie van te maken. Gedaan! En met plezier. Natuurlijk: een oudere zweefvlieger geïnterviewd. Wat kwam er veel informatie uit 2 x 3 uur…

Officiële geschiedenis is meestal geschreven vanuit de positie van de machthebbers / het openbaar bestuur. Het verhaal van ‘gewone mensen’ vult dat officiële verhaal aan, of geeft zelfs een andere visie op de gebeurtenissen. En hoor je ze niet uit, die oude mensen, dan gaat de informatie voorgoed verloren.

Vandaag, bij de boekpresentatie van Honkvast, voelde ik me alsof ik weer bij Steffie op de cursus zat. Het onderwerp van Honkvast is: oude mensen die al zo ongeveer hun hele leven in hetzelfde huis wonen, en hoe hun leven is, hoe ze zich handhaven… We kenden al het boek Eeuwelingen, dus een mogelijk resultaat van Steffie’s  interviewtechniek die we in de cursus leerden hadden we al gezien. Bij Dekker v.d. Vegt in de Marikenstraat in Nijmegen (op zich al een belevenis) was het een drukte van belang. Een aantal geïnterviewde ouderen met hun familie, en voor sommige geïnterviewden alleen hun kinderen omdat ze zelf niet meer konden komen. Indrukwekkend: de zoon van een Italiaanse mijnwerker. Hij heeft nog nooit het recept van de pastasaus van zijn vader gekregen..  Het decor van de dag paste er zo mooi bij…

WP_20170506_006

Bloemetjesbehang, met een koekoeksklok, een schilderijtje met gemberpot (zo een heb ik ook nog staan) en een schaarlamp.

Steffie, met haar onvolprezen interviewtechniek, ondervroeg ter plaatse een aantal hoofdpersonen. Een zanger bezong zijn liefde voor Nijmegen. Het ging over plaatstrouw, weet je wel…

Dekker v.d. Vegt ligt op de benedenverdieping van de Marikenstraat, bijna aan het eind. Aan het eind,  op een pleintje op de bovenverdieping is een tweedehands boeken- en platenmarkt. Daar vond ik het perfecte cadeautje voor Steffie: een dichtbundel Wat woont u hier mooi… met een foto van een ooievaarsnest.

Geschiedenis… zoals Steffie het beschrijft is het een levend en menselijk verhaal. In een ander boek ook hard en bloederig (de vrouw met de bijl..moordende vrouwen) maar dat is gelukkig al over een verder verleden.

Het nieuwe boek is nu veel in de media; inclusief een documentaire over een van de honkvaste personen uit het boek.

Maar het boek blijft nog wel even in de winkel…

Goede promo-campagne, maar terecht, voor een boek dat het waard is.

Veel belangstelling Bij Dikker vd Vegt, van alle leeftijden..

WP_20170506_003

Zo’n vraag, van mijn goede vriend A, per sms gesteld, daar moet ik meer van weten. A en zijn vrouw R zijn niet oorspronkelijk Nederlanders ( maar nu al een hele tijd wel…) , hij is hier al zo’n jaar of 25. Ik bel m maar eens even.

Hij is z’n DigiD kwijt; had er ooit een maar de laatste jaren was alleen het speciale DigiD in gebruik waarmee hij machtiging gaf voor de belastingaangifte. Maar nu is zijn DigiD binnenkort nodig voor een aantal belangrijke transacties in zijn leven / werken. Dus… DigiD plus wachtwoord kwijt, maar ook zijn computer is buiten werking. Ik wist dat die oud is, en dat de software waarschijnlijk niet meer wordt geüpdate.

Ik moet denken aan de recente berichten over de overschatting van de burger. A. spreekt best aardig Nederlands, is intelligent en weet veel over de organisatie van de Nederlandse samenleving. Maar toch blijft hij min of meer een vreemdeling. Zijn echtgenote is hier een jaar of 5 en voor haar geldt dat nog veel sterker.

A. heeft een periode van ziekte achter de rug, maar een paar maanden geleden werd het ineens een stuk heftiger: Kanker.

Wat ik daar zie gebeuren stemt me niet vrolijk. Gelukkig is A. mondiger dan zijn behandelaars vermoedden… ‘stomme Turk’ zal alles wel slikken. Nou nee; A. heeft zich goed geïnformeerd op Internet en sinds ze dat weten  wordt hij meer serieus genomen.

In vergelijking met de gemiddelde burger…  Het feit dat je allochtoon bent zet je op achterstand, in zijn geval wordt dat gecompenseerd door zijn intelligentie / hogere opleiding én het feit dat hij  hulp kan inroepen buiten zijn eigen systeem.

Hun computer doet het niet maar hun wifi wel… dus ik ga met mijn laptop naar hun huis en naar http://www.digid.nl. Als we vastlopen in de procedure bel ik even naar het contactadres. “Ik vraag een DigiD aan voor een vriend  en…”.. Competente dame! “Zit hij naast u, mag ik hem dan even aan de telefoon? ” Verificatie! Zij geeft een technisch advies voor het temmen van de procedure. En het lukt!

Check, dubbelcheck… Hulptroepen wantrouwen, een SMS én een snail mail brief aan het postadres…

Wij vinden dat wel geruststellend. Een DigiD geeft ongekende mogelijkheden; dat moet zo goed mogelijk geverifieerd worden. Je weet maar nooit wie zich van je identiteit meester maakt. Met bedrog hebben we ook genoeg ervaring, al zonder identiteitsfraude.

Voor iemand afkomstig uit een samenleving waar de overheid een totaal andere positie heeft zijn er nog meer associaties. En sommige overheden hebben een lange arm…

Eindelijk! Het Anthonie van Leeuwenhoek ziekenhuis/onderzoekcentrum krijgt een flink bedrag voor onderzoek naar DCIS. Ductaal  Carcinoom In Situ. Een vervorming van cellen in de melkgangen, die heel vaak wordt waargenomen bij het Bevolkingsonderzoek Borstkanker, oftewel de Tietenpletter. (Toen ik aan de beurt was: 9 vrouwen in mijn wijk gepakt..)

Standaard behandeling: opereren en bestralen.

Ja, zo ging het bij mij ook, alweer 8 jaar geleden. Toen had ik er al twijfel aan, maar na de nodige gesprekken en verdere verkenningen heb ik het toch maar laten doen.

Qua behandeling was het in principe een eitje… maar ik was permanent ongelukkig in die periode. Al direct na het zien van de eerste foto’s wist ik: hier ga ik niet dood aan. En dat maakte het makkelijk om naar het proces te kijken. En dat was niet goed. Er werden teveel communicatiefouten gemaakt. Waarom moest dit allemaal? Ik kreeg heel weinig uitleg en zeker geen open gesprek.  En verder gewoon logistieke blunders, niet gedane mededelingen, gemiste verdoving bij een biopt, grote vertragingen bij uitslagen.

Andere behandeling? Onbespreekbaar!

Je gaat er dan na lange aarzeling toch in mee, maar je blijft steeds weer zeuren. Opereren (borstsparend) ..  Oké haal die cellen maar weg.

De vanzelfsprekendheid dat er 5 weken (alleen op werkdagen; in het weekend heeft de vijand vrij.. ) bestraald moest worden. Was niet vooraf verteld.

Nou ja, je doet het dan toch maar. Maar onderhand heb ik met de oncoloog (na enig duw- en trekwerk; voordat zo iemand accepteerde dat een patiënt gewoon een gesprek op niveau wou hebben) wel de conclusie bereikt dat er misschien toch wel sprake was van overbehandeling.

8 Jaar geleden mensen! Ook toen waren er al signalen op Internet dat DCIS misschien werd overbehandeld.. ik twijfelde niet alleen uit mezelf.

Het is zover. Er gaat geld naar onderzoek om uit te zoeken welke DCIS wel kanker wordt en welke niet.

Ik had het wel aangedurfd, even aankijken, een poosje elk half jaar een check.. en die vrouwen die bij mij de weefselpunctie uitvoerden vonden dat ook al een realistische optie.

Komt er (na jaren) een uitslag uit dat onderzoek dat sommige vrouwen wel serieus risico lopen dus behandeld moeten worden en andere niet? Of gaan we over naar een beleid om standaard het proces te gaan volgen? Dat kan wat mij betreft meteen beginnen!

Steeds meer links  , het  is kennelijk interessant.. Ja, veel vrouwen hebben ermee te maken. Het bevolkingsonderzoek is genadeloos…

 

 

Mijn dorp – toch een keurig dorp, zou je zeggen.

Vanmorgen liep ik even naar het winkelcentrum, 700 meter.

Ter hoogte van het gezondheidscentrum (huisartsenpraktijk,  apotheek en nog wat paramedische diensten) zag ik een auto parkeren op de ribbels van een looppad voor blinden, van het trottoir naar de apotheek en de huisarts. O, dacht ik.

20 Meter verderop, bij de ingang van een verzorgingstehuis, stond een oldtimer breeduit geparkeerd pal op het kruis van Niet Parkeren.

Nog 30 meter verderop trof ik een giga collectie hondenpoep aan. Op het randje van de stoep, maar toch…

Toen maar even de telefoon erbij. En die 50 meter weer terug gelopen.

Kijk nou zelf.

Terug van de boodschappen, was die kleine rooie weer weg. Maar die grote stond er gewoon nog, en die poep lag er ook nog.

In de afgelopen weken met sneeuw en ijs waren er nog een paar stukken stoep waar het ijs tot het einde moedig stand hield. Gelukkig is dat nu allemaal gesmolten.

Sommige dingen gaan vanzelf over. Andere komen steeds weer terug.

Keurig dorp.

Tja… Ik ben heel blij met mijn viool. Lees de eerdere producties er maar op na. Nu even druk met voorbereiden van een samenspeel-event (is het een -ochtend of een -middag ? Het begint om 11.15. Vandaar samenspeel-event) én met het jaarlijkse nieuwjaarsconcert van AMOR. Zo heette het niet, het was het Volwassenen Dagorkest van de Arnhemse Muziekschool. En dat trad dan in januari op met het idem koor. Dit jaar zal dat gebeuren op 26 januari, in Rozet.concert-donderdag-26-januari-17

Zo leuk om die zaterdagochtend samen te spelen met een contrabassist en een pianiste: trio’s van Vivaldi, Mozart en een paar Duitse volksliedjes. Maar ik moet er best hard aan werken. Van de drie heb ik veruit de minste ervaring dus ik wil echt voor mijn doen goed spelen. Mijn leraar Martijn verzint wel weer een truc om me bij het lastigste stuk te ondersteunen .

Ik oefen, ben ontevreden (“dat is iedereen, altijd” verzekert mijn leraar mij), oefen nog eens,  – en ineens heb ik een raar gevoel in mijn linker elleboog. Ik ken dat, van lang geleden. Een tennisarm. Ooit ook gehad zonder tennissen… maar door een ander soort overbelasting. Toen kreeg ik pillen die de pijn stilden, maar me ook suf maakten.

Voorzichtig! Wat is het me waard om nú extra te oefenen om zaterdag  en volgende week goed te kunnen spelen? Of kan ik beter rust nemen en ontspannen?

Een dag later probeer ik even voorzichtig, let extra op de houding van mijn linkerarm… het valt mee. Morgen nog een beetje spelen, en dan erop vertrouwen dat de inspiratie van het samen spelen me vleugels gaat geven.

Lang geleden, na mijn studie Bedrijfskunde aan de IIB ( de Interuniversitaire Interfaculteit Bedrijfskunde.. ja, zo bijzonder was het toen nog, bedrijfskunde als integraal denken over organiseren..) kwam ik te werken bij de afdeling Strategische Planning van Rijkswaterstaat. Het was 1981 en we waren pas begonnen met een jaarlijks proces van strategische planning, waarin de decentrale eenheden hun plan inzonden en dat in gesprek met een afvaardiging van de Hoofddirectie werd besproken… nou ja, ingewikkeld verhaal. De decentrale diensten kregen de vraag om een jaar of 5 vooruit te kijken en, aan de hand van een aangegeven format, hun plan in te dienen.

Over de inhoud van die plannen  wil ik het hier niet hebben. Over het proces… zou ik nog weleens een leuke beschouwing kunnen schrijven. Maar wat me vandaag bezighoudt:

De delegatie van de Directie Limburg was klein, die dag. De HoofdIngenieur-Directeur verontschuldigde zich: we zijn maar met een kleine delegatie want een paar directieleden moeten standby zijn in verband met het eventueel strijken van de stuwen in de Maas.

Ik was zeer onder de indruk. En nog steeds, trouwens. Het strijken van de stuwen in de Maas… dat is wel wat anders dan het strijken van de vouwen in je broek.

De Maas is een regenrivier, en er kan zomaar een hoogwatergolf aankomen. Als die er niet is, wordt de waterhoogte (en dus ook de vaardiepte) van de Maas keurig op peil gehouden door een aantal stuwen. Een deur, zeg maar, waardoor het water wordt tegengehouden.  Rondom elke stuw is er een vaarweg gemaakt opdat de schepen met behulp van een sluis naar het lagere  / hogere niveau kunnen gaan.

stuw

Hier zie je de stuw in Hagestein; de karakteristieke bogen van de  stuwen in de Nederrijn. Boven aan de foto zie je een kanaal, met een paar sluisdeuren die een soort vlakke v vormen. Als de stuw gesloten is, zoals hier, kunnen de schepen door dat kanaal passeren, waarbij de sluis de overgang van het ene naar het andere waterniveau helpt overbruggen. Volgens mij heeft elk kind dat op school gehad – maar dat kan een misverstand zijn.

In elk geval: die schipper is in dichte mist rechtdoor gevaren en heeft de stuw zodanig beschadigd dat het hele pand leegliep.. ‘Het hele pand’, ook weer zo’n vakterm. Kort gezegd; de ruimte tussen twee stuwen heet een pand, en dat was lek.

Onderhand  snap je misschien waarom het besluit om de stuwen te strijken (op te tillen zodat de rivier ongehinderd doorstroomt) een vrij belangrijke beslissing is…

Zo ziet het eruit als de stuw is gestreken… de rivier vol, de bogen omhoog…

stuw-omhoog

Nu de stuw bij Grave defect is, terwijl de rivier niet vol staat, is het daar dus extreem laag water, De scheepvaart kan niet dóór, de woonboten liggen droog en scheef, en de dijken worden instabiel omdat er geen druk is vanuit het leeggelopen pand.

In deze actualiteit komt de herinnering weer boven aan die mannen en vrouwen uit Limburg met hun uitspraak over het cruciale moment van het strijken van de stuwen.

En ik weet weer des te scherper hoe ons land afhankelijk is van een betrouwbare waterhuishouding! Petje af…