Met mijn kunstvriendin bezocht ik de tentoonstelling in het Designmuseum in Den Bosch; zij is half Duits van origine maar wel van een leeftijd die de Tweede Wereldoorlog nog verder van zich af heeft dan ik (1948). Ze was nieuwsgierig en haalde mij over om samen te gaan kijken.

Het museum ligt tegenover de voormalige synagoge, waar nu een monument is ter herinnering aan de in WO II weggevoerde Bossche joden.

Er was vooraf nogal wat, voornamelijk negatieve, publiciteit over de tentoonstelling. Moet je dat wel vertonen? Is dat niet teveel eer?

In Duitsland heb ik al eens een drieluik tentoonstelling gezien: ‘Ontaarde kunst’ (de vooral non-figuratieven van vóór de Nazitijd),  dan de kunst van het Derde Rijk waarin de Arische Duitser en het Duitse leven werd verheerlijkt, en tenslotte de terugkeer naar de moderniteit, een vervolg op het eerste luik,  mét verwerken van de oorlogsellende. Wat we hier te zien kregen, verwachtte ik, zou het middendeel van dat drieluik zijn.

Nou nee. Het was niet ten onrechte het Designmuseum dat deze tentoonstelling organiseerde. In feite werd in beeld gebracht hoe het hele Derde Rijk één totaalconcept was. Alles al in de basis aanwezig in het oerboek Mein Kampf, maar daarna door Adolf Hitler zelf en een aantal andere toonaangevende personen (Speer, Riefenstahl etc) verder uitgewerkt tot in de kleinste details. Het hakenkruis (een achtste slag gedraaid waardoor het er ineens dynamisch uitzag) en de gestileerde letters, de armband met hakenkruis bij wijze van eenvoudigste uniform, de vlaggen, de helm, de Jerrycan, de Volkswagen waarvoor je zegels kon sparen maar die nooit werd uitgeleverd (de inleg in de zegels verdween in de oorlogskas), de gepantserde Mercedes  – waarin Hitler onlogisch genoeg met open dak paradeerde – ,  ontwerpen van een nieuw kunstencentrum en de Rijkskanselarij, de Autobahnen, een hele reeks huizen, meubels, serviesgoed, ja eigenlijk werd ook het hele landschap ontworpen. Organisatieschema’s verduidelijkten hoe de samenleving zou worden geleid en hoe de kunsten werden ingeregeld; Kulturkammer met voor elke kunstvorm een eigen onderdeel, een vakje in het organisatieschema. De beeldende kunst en design was specifiek uitgewerkt, met ontwerp, productie en kwaliteitsbewaking.

Ook de massabijeenkomsten werden tot in de details ontworpen. Op video te aanschouwen hoe de bewegingen werden geregisseerd en hoe gretig de duizenden deelnemers hun rol vervulden; militairen en burgers, grote groepen gymnasten. De Olympische Spelen van 1936 als hoogtepunt van design. (Met Jesse Owens in beeld – dat paste eigenlijk niet in het ontwerp). De tocht van het Olympisch vuur van Olympia naar de speelstad Berlijn schijnt toen bedacht te zijn. Ook in Amsterdam 1928 was er een olympische vlam, maar die Arische sporters die de verbinding in beeld brachten met het oude Griekenland (met naakte atleten) – dat was nog niet eerder  vertoond. “Die houden we er in!” Er werd ook een speciale fakkelhouder voor ontworpen.

De specifieke snor,  de fotoboeken die er uit zien als Suske en Wiske albums, maar dan met foto’s van ‘Hitler in Parijs’  etc… , vlaggen, onderscheidingen (Het IJzeren Ridderkruis, met oorkonde in een rode map), sportshirtjes voor meisjes, aanwijzingen voor een goed huwelijk.

Als bedrijfskundige herkende ik er veel in. McKinsey en alle theorieën over leiderschap en beïnvloeding, het was toen – hoewel niet met dezelfde terminologie – allemaal al bekend. De industrieel opgezette concentratie- en vernietigingskampen.

De massabijeenkomsten zijn sindsdien nog vaak herhaald door vele dictators. De specifieke ontwerp-elementen verschillen een beetje maar het patroon is herkenbaar. Zo’n totaal-ontwerp als op deze tentoonstelling heb ik echter nog niet gezien. Of heb ik wat gemist?

Je ziet vóór je hoe de argeloze burger erin werd geluisd. De kunstenaars, cabaretiers en schrijvers, de communisten en activisten die het in de eerste dertiger jaren zagen aankomen en de signalen verstonden – ze maakten zich uit de voeten, of hoopten er het beste van. Hun vernietiging werd onderdeel van het concept, samen met joden, homo’s, Sinti en Roma.

Het bezoek aan de tentoonstelling wordt gestroomlijnd en foto’s maken mag niet. De tentoonstelling mag niet in verkeerde handen vallen. Geen cherrypicking, geen misbruik van symbolen en andere onderdelen. Ook de tentoonstelling is een totaalconcept.

 

 

 

 

 

 

 

Ik had weer eens een uitstapje met mijn zoon. Verjaardagscadeautje…  We bezochten de Monet tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum, tegenwoordig onder de naam Kunstmuseum. In tram 16 waren ze nog wat ambivalent: op de display stond het als Gemeentemuseum maar het omroepbericht voor de halte noemde het Kunstmuseum. Gelukkig heeft Berlage alleen maar het woord MUSEUM op de gevel gezet, dat voorkomt een hoop gedoe.

Ons bezoek aan de Monet tentoonstelling wordt in beeld gebracht op de facebook pg van mijn zoon.

Maar daarna lunchten we op zijn advies in het restaurant van GEM (waarmee we dus de tentoonstelling over Dans en Mode aan ons voorbij lieten gaan.. we liepen nog even de eerste zaal binnen met een collectie dansschoenen) .

Als je verrassende kunst zoekt moet je meer naar het GEM /Fotomuseum .

Deze keer een tentoonstelling van Emma Talbot. Die liet je in 4 objecten/ installaties  het leven ervaren van geboorte tot dood. Beide meest belangrijke events in je leven – maar je was er niet bewust bij!

Een installatie bij de geboorte, een groot roze plateau waarop een bevalling, een  kind met placenta..

bevallingkind met placenta

een reis door het leven met een serie ingenieus opgehangen tekeningen en een groot gordijn met schilderingen op zijde,

wand

met zoveel details in beeld en tekst..

tekst

en uiteindelijk…  de dood in een vulkaan.

Je loopt naar het eind en ziet een soort wigwam.

dood

Maar de lava stroomt. En aan de nu nog onzichtbare kant is de wigwam open en er ligt een lichaam.  Een symboliek die voor ons niet echt te begrijpen is. Maar wel te ervaren.

Een aantal jaren geleden besloot ik van bank te veranderen. Ik kon me niet meer vinden in het beleid van mijn ‘goeie ouwe PCGD’…

En ik ben daar nog steeds blij mee. Je wilt dat je bank maatschappelijk de keuzes maakt die jij ook zou maken, in mijn geval duurzaamheid in alle aspecten. En Triodos scoort daar naar verhouding goed in.

Natuurlijk was het wennen aan de nieuwe systemen en werkwijzen. Het gedoe met de Identifier, maar  daarna het ontdekken van de app!  Ik had wat bedenkingen bij de veiligheid van dit systeem maar dat leek geen probleem en ik heb er een paar jaar fijn mee gewerkt. Maar er was de laatste maanden best een  gevoeligheidje: Soms kon je er niet meer in. Na wat uitproberen merkte ik dat je actief moest uitloggen. Was je dat vergeten dan skipte je de app en nam een nieuwe versie van de app store. Ik weet niet wanneer ik dat nog heb kunnen doen maar vorige week kreeg ik de melding: Deze app kan niet aan u verkocht  worden vanwege uw iOS versie  ( het besturingssysteem van Apple)

Ik stuurde een mail aan Triodos met de vraag wat nu te doen. Ik kreeg al vlot antwoord (aanmerkelijk eerder dan beloofd in de eerste reactie op mijn mail, hulde! ).

Zoals te verwachten: Ja, de app is vernieuwd en we passen ons aan aan de eisen van de tijd qua beveiliging. En helaas kon dat niet meer in de oude omgeving. Kunt u uw / kan je je ( de mail hinkt op 2 gedachten qua ‘u’ en ‘je’) de iPad van een nieuwe versie besturingssysteem voorzien? , en je kunt altijd Internetbankieren.. Zo dus. Nee, mijn iPad kan niet meer overschakelen op een nieuwe versie van het besturingssysteem. Apple heeft dat fijn geregeld. Daar liep ik al eerder tegenaan, bij andere apps. En Internetbankieren…nou ja, als het móet, maar dat is toch wel een ingewikkelde methode.

Dus ik kocht een nieuwe iPad waarop wel de nieuwe versies van de apps draaien,  waaronder de app van Trio (hoop ik). Het werd ook eens tijd; die iPad was alweer 5 jaar oud..  Ik moet m nog even installeren en  allerlei functies ontdekken voordat ik er echt nut van heb, maar het zal vast wel weer een enorme vooruitgang zijn.

Maar nu de essentie van deze post: Wat is de duurzaamheid van het voortdurend upgraden? Voor wie is dit te volgen? Als het bedrijfsmatig te verantwoorden is doe je het en declareert de kosten of trekt die af van de belasting. Maar als particulier moet je dat zelf regelen. Bij de pinken zijn, je software updaten – maar ook je hardware vernieuwen.

Ik ben van mening dat organisaties met publieksverantwoordelijkheid (en dat zijn niet alleen overheden, maar die ten minste) bij het vernieuwen van de software die de klant raakt, meer aandacht moeten hebben voor de realiteit van de gebruiker. Van de professionele gebruiker mag je andere verwachtingen hebben dan van de private gebruiker – die het met de communicatie met de overheid (pars pro toto alle vergelijkbare instanties) al moeilijk genoeg heeft .

Update vier dagen later:

De nieuwe iPad Mini is geïnstalleerd; ik was particulier aan het rommelen en het werd niks. Kon geen apps installeren… Terug naar de gebruiksaanwijzing (RTFM – read the fucking manual..) die me al door de leverancier was aangereikt.

Nu doet-ie alles wat ik wil en waarschijnlijk nog meer. Ga ik de oude iPad mini maar es uit zijn hoesje rukken en de nieuwe er in… nou, dat kan je dus vergeten. De in- en uitvoergaten komen niet overeen! Voeding, camera, …

Kassa voor Apple. Nieuw hoesje kopen want die glibber is in blote toestand niet te gebruiken. Weer 35 euro erbij. Wat een briljant verdienmodel…

 

 

 

 

 

 

 

Mijn groentetas van Bioboer Giel ziet er weer goed uit… er zitten vaak groenten in waarmee je niet zo vertrouwd bent of waarvan je denkt: wat moet ik daar nú weer eens van maken?

Deze week onder andere een flinke krop andijvie in de tas. Inmiddels heb ik wel wat andere bereidingen ontdekt, maar een geliefde klassieker is toch telkens weer Stamppot rauwe andijvie met spekjes.

Vandaag heb ik dat dus weer gemaakt. Inmiddels voeg ik er wat aan toe: als parttime vegetariër vervang ik een deel van de spekblokjes door oude kaas. De vegan is daar niet van gecharmeerd. Maar toch. We zijn op weg. En een paar partjes tomaat meebakken. Of uien, of andere oneigenlijke toevoegingen aan deze Nederlandse klassieker.

50 Jaar bijna dagelijks koken. Sinds ik het ouderlijk huis verliet (19 was ik) kook ik bijna elke dag. Studentenkost in het studentenhuis: pasta met rooie saus, gefrituurde aardappelpartjes met een burger en sla, dat soort dingen.  (Gekookte aardappels met jus was burgerlijk en taboe.)  Je leert bij. En na zoveel jaar sta je nergens meer van te kijken. Wat ook erg handig is: op Internet kan je per ingrediënt ideeën opdoen.

Sommige mensen leren koken van hun moeder. Ik niet; mijn moeder hield niet van koken. Mijn vader wel, en ook wat buitenissige dingen. Uiteindelijk, toen hij dementeerde, was hij gespecialiseerd in het koken van een perfect zacht ei… wat ik nog steeds lastig vind.

Maar iets anders kreeg ik wel mee van mijn moeder: haar stiefmoeder had neven die uit Denemarken emigreerden naar Frankrijk. Een in de Vogezen, de ander naar de Côte d’Azur. Waarmee natuurlijk geweldige logeergelegenheden ontstonden.

Op mijn 15de werd ik uit logeren gestuurd bij de, alleen nog Frans sprekende,  familie in de Vogezen, en met de 10jarige dochter meegestuurd naar een padvinderskamp. Als gymnasiumleerling was je in die tijd niet getraind in actief gebruik van de Franse taal..  Maar ja, dan moet je wel. Met handen en voeten én wat je tot dan toe had geleerd kwam je er toch wel uit. Na die week kabouterkamp en nog een week bij de achternicht thuis, wende je ook aan spreken met en verstaan van de man die de gasleiding verving, en M. le Curé die kwam dineren. Dat heeft me een goede start gegeven in een leven met actieve beheersing van de Franse taal. Nog veel gemak van gehad, zoals bij het voorbereiden van een Franstalig programma voor mijn koor en bij de organisatie van een zweefvliegkamp in Frankrijk, inclusief het houden van een tweetalige tafelrede bij een festiviteit van ons als bezoekers en de ontvangende Franse vliegclub.

Maar nu terug naar de stamppot andijvie: Ik was 15, was in dat padvinderskamp natuurlijk een bezienswaardigheid als Nederlandse keukenhulp, en de vraag was of ik een keer een Nederlandse specialiteit kon bedenken voor de avondmaaltijd. Stamppot rauwe andijvie leek me wel wat. Maar ja, wat is andijvie in het Frans en hoe zit het met de hoeveelheden? Geen idee!  Ik had geen enkele kook-ervaring. Endive? nee, chicorée! Endive is witlof. Dat zou wel een heel ander resultaat hebben opgeleverd. Om het lekker te maken moet er best veel rauwe andijvie in. Even laten slinken, de apart uitgebakken spekjes erdoor… mmm. Maar ja, het werd aardappelpuree met wat spekjes en hier en daar een blaadje andijvie. Ik schaamde me..

En nog steeds zou ik wel moeite hebben om een leuk Nederlands gerecht aan te dragen dat geschikt is voor een groep van ca 30 personen met beperkte keukenmogelijkheden. Nu zou ik eerder  denken aan een peulvruchtenschotel! Vijfschaft…

 

Gisteren was het een paar uur droog, dus ik dacht kom, ik doe even de nestkastjes.

Dan gaat er toch weer een hoop leven aan je voorbij.

Ik heb er vijf.

Drie kastjes die gebruikt worden door koolmezen (en soms pimpelmezen), een nog nooit bewoond kastje voor de winterkoning, en een kastje voor de boomklever.

Gisteren dus de drie veel gebruikte kastjes van hun haakje genomen, leeggemaakt en met borstel en  heet water schoongemaakt. Veel beestjes… In twee van de drie is genesteld en gebroed en met succes uitgevlogen. Soms tref je dan nog een dood jong aan, of een niet uitgekomen ei. Deze keer alleen een stukje vleugel. hmm, dat jong is wel uitgevlogen maar of hij veel kans had? Dat is sowieso vrij normaal: een nestje met 8 uitgevlogen jongen, die overleven lang niet allemaal hun eerste zomer!

Nog even laten staan om te drogen…. nou, dat komt er niet echt van, deze vrijdag 4 oktober..

nestkastjes

Dat kastje dat nog aan de muur hangt – dat is niet serieus te nemen. Het net nog zichtbare bijenhotel is deze zomer wel flink gebruikt; alle kamertjes staan nu weer leeg.

Het kastje voor de boomklever hangt in een inmiddels dode berk aan de straat; de invliegopening is niet zichtbaar want die zit aan de achterkant, tegen de boomstam aan. Dus soms als ik daar bezig ben  krijg ik vragen: Hoe moet die vogel daarin, want er zit geen gat in..

 

Het kastje is ooit gemaakt door ons Xing koorlid Frans Visschedijk. Die is ook alweer een jaar of 12 geleden – te  jong – overleden, maar we koesteren nog steeds zijn objecten zoals nestkastjes, brievenbussen en kerstmannetjes. Ik heb nog nooit een boomklever in dit kastje gehad, maar een koolmees wel! Het schoonmaken van dat kastje vergt een ladder; die had ik deze keer niet bij de hand maar komende weken doe ik dat alsnog.

Het is wel  bijzonder wat je dan aantreft: een nestje met een stevige bodem, dat je makkelijk uit het kastje kunt tillen. Boven die stevige bodem een laag zacht spul, daar zitten de eitjes half in verborgen. En tegen dat de jongen uitvliegen zit het geheel onder de parasieten en als je pech hebt een dood jong…

Alles schoongemaakt en gedroogd en straks  weer opgehangen; de vogels zitten ook in de winter graag in de kastjes te schuilen. En komend voorjaar vast weer een of meer nesten met jong leven. Leuk om van nabij mee te maken. Mijn eigen Beleefdelente.

Winterklaar maken – dat houdt verder eigenlijk niet zoveel in. Nog wat bollen de grond in, de kiwi’s oogsten, tuinstoelen naar binnen, straks weer vogelvoer ophangen.. Klaar!

Het is weer feest in Apeldoorn! De Papierbiënnale is daar eens per twee jaar (dus..) te bewonderen. En het was weer zeer de moeite waard!

Spectaculaire grote werken, subtiele kleine dingen zoals sieraden, en in een mini-theater ook een reeks animaties gemaakt met papier of karton.

Werken van kunstenaars die ik er al vaker zag: een paard met ruiter, in vol ridderornaat, en met een levensechte achterhand: karton en nietjes, dat is alles.

En de familie van een Chinese kunstenaar

WP_20190718_008

En in dat mini-theater een aantal filmpjes met de avonturen van  een kartonnen autootje, een papieren duikster met faalangst, en de perikelen van een beheerder van een depot voor gevonden voorwerpen… het gebouw waarin dat zich afspeelde stond ook geëxposeerd. WP_20190718_015WP_20190718_016

Alles gemaakt van karton en op de millimeter scherp gesneden. En daar dan een animatie van…

Dit waren een paar objecten die mij opvielen; als je meer voor het kleine werk bent is er ook veel te genieten.

Nog iets vrolijks tot slot:

WP_20190718_005.jpg

 

 

 

Al sinds de droge zomer van vorig jaar is er een watertekort, vooral in het oosten van Nederland. Ik woon op de Droge Gronden, een stukje ten oosten van Arnhem. Nog wat verder naar het oosten begint de Achterhoek, en daar is het zo droog dat het verboden is om water te onttrekken. Eh…

Dat brengt me terug naar een jaar of 20 geleden. Ik was komen wonen aan de Rozendaalse Beek, een beek die ontspringt in het kasteelpark van Rozendaal.

Eeuwen geleden ontstonden de Veluwse beken door een schijngrondwaterspiegel aan te steken (een zoetwaterbel boven een kleilaag) en de beek te geleiden naar waar je hem als kasteelheer wou hebben. Op het landgoed permitteerde de landheer zich wat we nu ‘follies’ noemen: de Bedriegertjes zijn daarvan een klassiek voorbeeld.

bedriegertjes

Vervolgens ging de beek een functie als energiebron vervullen. Zo’n schoepenrad er in (dat werkte pas goed als je het natuurlijk verval een beetje fopte: opleiden) en dan kon je koren malen, een drukkerij laten werken…  en uiteindelijk stroomde de beek dan uit in, in dit geval, de IJssel. Inmiddels zijn alle molens in onze beek verdwenen op 1 na; die staat bij het restaurant De Watermolen   

Eentje die nog werkt: de Watermolen in Sonsbeek, Arnhem

Toen ik mijn pand kocht was de oever bol; ik wou hem liever hol hebben opdat ik een plas-dras zone kon maken, een geleidelijke overgang tussen land en water. De tuinman die ik vroeg om een offerte voor het grove werk, vroeg: “Heeft u een onttrekkingsvergunning?” Ik keek hem vragend aan. O, ik zie het al, niet dus. Maar wat het plan inhoudt is niet echt onttrekken, alleen het verlagen van de oever.

Het begrip Onttrekkingsvergunning is me bijgebleven. Nu dus vanwege de droogte, het verbod om water te onttrekken. In ons waterschap. Nou ja, in de Achterhoek.

Op de brug naast mijn tuin ontmoet ik mijn buurman van even verderop, met een emmer aan een touwtje. “Ik schep even wat water want mijn boom heeft het moeilijk” verontschuldigt hij zich. Ja, dat doe ik ook. Een bescheiden inbreuk op het (in onze plaats nog niet formeel afgekondigde) onttrekkingsverbod maar wel een paar prima inheemse bomen en struiken helpen overleven.

Wij voelen ons verontschuldigd omdat de Rozendaalse Beek een sprengenbeek is: die krijgt zijn water van een oeroude zoetwaterbel. In normale tijden krijgt de beek er af en toe een flinke scheut bij, soms zelfs spectaculair in beeld bij mij in de straat: het laagste punt van de Rondweg, waar bij harde regen de hele Veluwezoom naar beneden komt. Dan overstroomt de boel, stroomt de beek even wat sneller, staat de buffer-vijver even 10 centimeter hoger .. en dan weer terug naar de normale gang van zaken.

Dat emmertje van mijn buurman, die gieter van mij… moet kunnen, toch?

Ja, das war einmal.

In 1962 verhuisden wij van Veenendaal naar Leiden. Van het Christelijk Lyceum Veenendaal CLV (ook groot vanwege de volleybaltraditie – je deed vanzelfsprekend met je klas mee aan het regionale toernooi) naar het openbare Rembrandtlyceum in Leiden . Mijn ouders waren voor openbaar onderwijs, vandaar (in Veenendaal was dat niet voorhanden) , maar het lag ook op een comfortabele 5 minuten lopen van ons nieuwe huis…

Het Rembrandt lyceum was de voormalige Jongens HBS; nog steeds slechts ca 20%  meisjes, maar dat deerde mij niet. Later ook veel gemak van die ervaring gehad als wiskundestudente Leiden 1967 (5 meisjes op 100) en bedrijfskundestudente IIB Delft 1978  (10, later 6 meisjes op 150) .

De school was gevestigd in een vroege Dudok die daarmee erg  leek op een Berlage. Nu zit het RK Bonaventuracollege er: gelukkig ook weer  een school, waarin leerlingen hun traject naar volwassenheid ervaren.

Rembrandt was wel de naam van onze school maar hij was er niet erg aanwezig.

Als examenstunt (1967)  tooiden we de buste van Rembrandt, aan de kop van de Witte Singel bij het toenmalig kantoor van het Leidsch Dagblad, met een krans die voornamelijk bestond uit onze oerlelijke schooldas: Oranje/zwart/wit.

Die buste staat er nog steeds, en nu in het Rembrandtjaar wordt diezelfde buste gebruikt als centrum van een huldiging.

Ik was een meisje van het platteland en het was een cultuurschok om op zo’n stadsschool terecht te komen. Maar in de loop van de volgende jaren van je schoolloopbaan word je dan toch een stadskind, met alle geneugten van dien.

25 Jaar later bezochten mijn kinderen het naastgelegen Stedelijk Gymnasium, waarmee wij een haat-liefde verhouding hadden. Dat hoort toch zo… Heftige sneeuwballengevechten maar ook gebruik van elkaars gymzaal en praktijklokalen. Mijn kinderen bleken een paar leraren te hebben die ik nog kende van 25 jaar tevoren…  Dierbare herinneringen.

Ik ben natuurlijk heel benieuwd naar de manifestaties rond het Rembrandtjubileum en ik ga ook zeker kijken. De biograaf van De jonge Rembrandt ken ik nog uit de wieg.. en daarna als leerling van het Stedelijk Gymnasium, een paar jaar vóór mijn kinderen.

 

Vandaag las ik de overlijdensadvertenties in De Gelderlander. Die was namelijk verkeerd bij mij bezorgd; in plaats van de Volkskrant. Maar toch wel weer eens leuk. De VK lees ik deze keer dan wel digitaal. Dus de Gelderlander, en de overlijdensadvertenties. En ik herinnerde me een  dagboekaantekening uit 1993: Ik liep toen een LAW (Lange Afstands Wandeling) door het Rivierengebied. Ik moest de Waal oversteken bij Zaltbommel. De nieuwe (Martinus Nijhof)  brug was er nog niet.  Aan de overkant lag Waardenburg, en dan voerde het pad naar Neerijnen en Opijnen. Het regende. De brug zou ongeveer 20 minuten lopen zijn. Het regende even wat minder dus ik ging ervoor. En binnen een paar minuten hoosde het. Op het voet / fietspad werd je besproeid door de automobilisten. Maar het was na 20 minuten gelukkig voorbij. Ik sloeg rechtsaf richting Neerijnen en ik kocht een half bruin en een meloen. Meer was er niet te doen, geen café open of wat dan ook. Een paar kilometer verder dook ik de uiterwaard in. Er stond een oud huisje waar een bejaarde man achter het raam zat ( en volgens mijn dagboekaantekening las hij de overlijdensadvertenties in De Gelderlander…)  Ik groette hem en vroeg of er hoogwater werd verwacht, want ik wou graag in de uiterwaard kamperen. “Heb je een tentje dan? ” Ja, heb ik. Nou het wordt geen hoogwater dus ga er gerust staan. En ik zette mijn tentje op in de voortdurende regen. Las wat, at van mijn meloen en mijn half bruin, sliep in en… werd wakker van een indringende  toeter. Hé, wat is dat?

Ik klom mijn mini-tent uit en zag een kerstboom passeren. Een duwstel, zo te zien zesbaks, en het schip had een groot tuig met veel lampjes.

Wat een contrast! Al wandelend langs de meest groene gebiedjes, kamperen in een weidegebied met vogels en ander toebehoren.. en dan toch  zo’n hoofdtransportas.

Ja, bij veel transportsystemen is dat een (mogelijk) profijtelijke  combinatie. In mijn jeugd plukten we al bramen aan de spoordijk tussen Ede en Wolfheze. De bermen van de snelwegen zijn – mits met goed maaibeleid – verbindingslinten tussen natuurgebieden. Waterwegen nemen zaden mee en dragen bij aan de biodiversiteit. Soms ook aan de verspreiding van exoten. Het zij zo. Ik heb een kolonie Japanse Duizendknoop in mijn tuin en ik leer steeds beter om hem te begrenzen. Maar ik zie ook vraat – hij krijgt natuurlijke vijanden en daarmee gaat het probleem voorbij. De natuur is altijd in beweging..

December vorig jaar schreef ik een blog onder de titel Een gevallen vrouw… over het ontbreken van een trapleuning in het veelvuldig bekroonde gebouw.

Gisteren was ik er weer en ik had me weer eens aan een balkonplaats gewaagd. En zie:

Ik zag veel mensen die met plezier gebruik maakten van de nieuwe leuning. En de muur blijft langer wit.

Architecten ontwerpen prachtige gebouwen zonder praktijktoets. Maar uiteindelijk winnen wij toch!!

In de pauze heb je vanaf de balkon-foyer trouwens ook goed zicht op het sedum dak…

sedum dak

Waarna we konden genieten van symfonie nr. 9 van Sjostakovitsj, geweldig gespeeld door het Gelders Orkest. Het laatste concert van seizoen 2018-2019.

De Jansbeek…

En overigens genoot ik op weg van Musis naar de parkeergarage van de #Jansbeekindestad. Een paar jaar geleden is de Jansbeek, de beek waaraan Arnhem ooit ontstond, verlost van zijn ondergronds bestaan. Een eeuw geleden werd  de beek onder de grond verstopt omdat het eigenlijk een riool was. Toen Arnhem óp moest in de Vaart der Volken bedacht men een plan: Er moest een haven komen, hartje stad. Drie varianten werden gepresenteerd en men hield een referendum – waaraan ik helaas als inwoner van een randgemeente niet  mocht deelnemen. De opkomst was laag en de stemming niet positief. Tegelijkertijd was er een initiatiefgroep die een alternatief voorstelde: Doe de Jansbeek weer bovengronds! Niet een kunstmatige haven maar echt oorspronkelijk levend water. En dat werd het uiteindelijk toch!

De beek vertoont zich nu  in verschillende panden, door de oude stad. De opening was feestelijk, met wethouder Elfrink in waadbroek die per pand een gedicht voordroeg. Er vielen een paar auto’s in de beek.. en er werd hier en daar iets aangepast. Iemand liet er goudvissen in los maar die klopten niet met het beleid dus ze moesten er weer uit. Maar kennelijk zit er toch vis in:

Zoals gezegd op de weg van Musis naar parkeergarage Broerenstraat .. trof ik tussen de uitbundige gele lissen een vissende reiger. Hij was niet erg schuw, ik kon hem tot op een meter naderen. Maar toen strekte hij zijn nek, en even later vloog hij toch op. Natuur in de stad, goed voor mens én biodiversiteit!