Archives for posts with tag: viool

Onderhand speel ik al heel wat jaren viool. Begonnen met een workshop van Marieke de Bruijn in het Stamhotel, daarna les genomen bij Martijn Tjoelker, lid geworden van orkest AMOR, veel gaan samenspelen met vriendinnen en in verschillende ad hoc ensembles.

Wat is een vriend eigenlijk?

Iemand met wie je graag samen bent. Eh… met mijn viool ben ik de meeste dagen wel een uur samen! Zo close ben ik met geen andere vriend.

Iemand die je niet altijd naar de mond praat maar je ook af en toe een spiegel voorhoudt. Eh… Als iemand je dag en dagelijks confronteert met je tekortkomingen, dan is het wel je viool. Er lukt zoveel niet. Het wordt bijna nooit zo mooi als je had gedroomd. Je hebt weer minder  mooi gestreken, de toon niet zuiver geraakt.

En toch, vriendje, ben ik elke dag weer met je in de weer. Je daagt me uit, je geeft me plezier. Je kraakt mijn hersens (goed voor ouderen, zoals Erik Scherder zegt), je zorgt dat mijn vingers soepel blijven en je biedt zoveel mogelijkheden voor sociaal contact.

Of je nou viool gaat spelen of een ander instrument: muziek maken is voor alle leeftijden! ( en voor alle gezindten, zegt Guus Tangelder wel eens..)

Je zult nooit meer in het Concertgebouw staan – althans niet met publiek. Maar je kunt genieten van zelf spelen, van samen spelen én van spelen voor eigen publiek,  of vreugde geven aan  mensen in een verpleegtehuis.

Zo’n dingetje van hout en 4 kunststof snaren… een 4 eeuwen oud ontwerp maar nog elke dag een vriend.

 

 

 

Tja… Ik ben heel blij met mijn viool. Lees de eerdere producties er maar op na. Nu even druk met voorbereiden van een samenspeel-event (is het een -ochtend of een -middag ? Het begint om 11.15. Vandaar samenspeel-event) én met het jaarlijkse nieuwjaarsconcert van AMOR. Zo heette het niet, het was het Volwassenen Dagorkest van de Arnhemse Muziekschool. En dat trad dan in januari op met het idem koor. Dit jaar zal dat gebeuren op 26 januari, in Rozet.concert-donderdag-26-januari-17

Zo leuk om die zaterdagochtend samen te spelen met een contrabassist en een pianiste: trio’s van Vivaldi, Mozart en een paar Duitse volksliedjes. Maar ik moet er best hard aan werken. Van de drie heb ik veruit de minste ervaring dus ik wil echt voor mijn doen goed spelen. Mijn leraar Martijn verzint wel weer een truc om me bij het lastigste stuk te ondersteunen .

Ik oefen, ben ontevreden (“dat is iedereen, altijd” verzekert mijn leraar mij), oefen nog eens,  – en ineens heb ik een raar gevoel in mijn linker elleboog. Ik ken dat, van lang geleden. Een tennisarm. Ooit ook gehad zonder tennissen… maar door een ander soort overbelasting. Toen kreeg ik pillen die de pijn stilden, maar me ook suf maakten.

Voorzichtig! Wat is het me waard om nú extra te oefenen om zaterdag  en volgende week goed te kunnen spelen? Of kan ik beter rust nemen en ontspannen?

Een dag later probeer ik even voorzichtig, let extra op de houding van mijn linkerarm… het valt mee. Morgen nog een beetje spelen, en dan erop vertrouwen dat de inspiratie van het samen spelen me vleugels gaat geven.

De week van 30 juli tot 6 augustus waren we in Buitenkunst Drenthe.

Het jaarlijkse feest van oma, moeder en twee kleindochters van inmiddels 11 en 13 jaar. De ene kleindochter bij de Jongeren, de andere nog net bij de Kinderen.

Elke dag te kiezen uit workshops in categorieën Beeldend, Theater, Muziek, Dans en Schrijven. Tot nu toe heb ik elk jaar alle disciplines gedaan; dans was vaak de lastigste. En dit jaar kwam het er niet van.

Het ultieme genot van Buitenkunst ontstaat als er combinaties komen van de verschillende disciplines, met een brede productie als resultaat.

Deze keer ontstond het doordat muziekman Marco een wijsje van de Fata Morgana van de Efteling speelde, en de kokkin inhaakte: daar zou ik wel eens een workshop over willen maken.

Twee theatermakers, de beeldende fractie, de muziek van Marco, de kinderen én de jongeren kwamen tot een concept voor een presentatie waarin alle Buitenkunsters die niet in een van deze workshops zaten, het publiek zouden zijn dat ook een belevenis te wachten stond.

Het orkest (waaronder ik als beginnend violist) studeerde het Fata Morgana stuk in: 8 minuten die in een voortdurende cyclus een uur moesten vullen. Gelukkig kreeg ik hulp van een ervaren altvioliste. Zij en ik vormden samen met een bassiste de strijkerssectie.

Aan het eind van de middag was er even een gezamenlijke update, maar de werkelijke inhoud van de presentatie hoorde ik pas achteraf van mijn dochter en de oudste kleindochter. De jongste speelde bedelkind op een oosterse markt en kwam na afloop thuis met een pakje liga, een euro, een AH muntje voor winkelwagen, een wortel en een gedroogd appeltje.

Het decor was gemaakt door de Beeldend werkgroep. Een zetel voor de sultan en zijn vrouwen; slangenbezweerders, kamelen, tijgers, palmbomen, een krokodil met een mens in zijn bek.. De toeschouwers mochten – liefst met hoofdbedekking – de sultan groeten en daarna de veelbelovende reis aanvangen.

 

De oosterse markt, de reis door een tunnel met een  hoop natte kledders langs hun hoofd, door de modder kruipen, een traject (deze keer een paar meter) op een open wagen.. en dan aankomen op een plaats waar je wordt ondervraagd over je identiteit, terechtgewezen: Nee wij lopen hier niet op de banken.. Inburgeringsvragen beantwoorden: Wat is een Nederlandse snack? Het antwoord Kroket leidt niet tot antwoord goed of fout maar tot verwijzing naar vak c. Willekeur alom.

 

Als orkest wisten we niet wat er precies gebeurde. De aanvankelijke briefing was op een moment dat dat nog niet duidelijk was, en aan het eind, om 4 uur, was er geen tijd meer voor of had men geen idee dat wij het nog niet hadden meegekregen. Achteraf deed dit me denken aan het orkest van de Titanic. En nog erger: de kampen.

Hoe schuldig is een orkest dat niet weet waaraan het meewerkt?

Overigens was het deze keer met blijde verrassing dat ik vernam wat de strekking van de presentatie was..  en ik was tevreden over mijn eerste deelname als violist aan een grotere productie. Hoewel ik moet toegeven dat ik niet alle snelle loopjes kon spelen maar er een playbackshow van maakte…

fata  morgana

link naar   Een opname van John van Geenen

 

 

 

 

WP_20160513_005 - kopieVrijdag 13 mei was ik even in Leeuwarden. De aanleiding was een overleg met een Friese zweefvlieger die al heel lang – ook professioneel, als leraar / instructeur – schrijft over zweefvliegen. Tegenwoordig ben ik lid van het Afdelingsbestuur Zweefvliegen van de KNVvL, met als speciale taak PR en communicatie. Een goed excuus om het land door te reizen om Belangrijke Mensen op dit gebied te ontmoeten.

Maar natuurlijk doe ik ook nog even wat aan mijn andere hobby: kunst en cultuur.

In Leeuwarden is het Fries Museum, met een mooie collectie voorwerpen gerelateerd aan Friesland. En in een nog tamelijk nieuw gebouw aan het Zaailand… waar die dag ook de markt, met de regionale specialiteiten en verder alles wat je zoal op de markt kunt aantreffen. En speciaal voor mij: Mijn Teva’s  (oftewel Jesus’Nikes) waren na 14 jaar versleten en voor die sandalen zocht en vond ik een leverancier: Bever in Leeuwarden, om de hoek bij het Fries Museum..

In het Fries Museum is op dit moment een tentoonstelling van Claudy Jongstra met haar textielwerk; ze heeft inmiddels een heel imperium waarin ze van haar eigen schapen de wol oogst, en van een botanische plantentuin de planten voor de verf. Bovendien geeft ze mensen de mogelijkheid voor een leer-werkplek. Prachtig toch? In het Fries Museum zijn naast haar producten ook elementen te zien die in het voorstadium voorbijkomen.

 

WP_20160513_003 - kopie

En je mag zelf ook ervaren hoe het is… met bakken vol naturel  en geverfde wol, kaartjes en draden om te weven.

WP_20160513_002 - kopie

Die eindproducten, op veel indrukwekkende locaties; daar zit dit dus allemaal achter!  De Friese basis van Claudy rechtvaardigt deze uitgebreide tentoonstelling in het Fries Museum.

WP_20160513_004 - kopie

kring

Het speciale werk: een kring waar je ook in kunt staan; talloze van naturel naar blauw  verlopende strengen. Er omheen de geheel uitgeschreven tekst van een interview met Claudy

Wat ik er verder aantref:

Een grote tentoonstelling over breien. Ik heb dat van huis uit geleerd; mijn vader werkte zelfs bij de Neveda wolfabriek in Veenendaal. Hoewel hij daar een administratieve functie had werden wij toch als gezin ingeschakeld bij het maken van kleur- en materiaalstalen  van breiwol.  Weet je nog dat breiwol werd aangeleverd in strengen, en dat je dan als kind werd ingeschakeld om de omvorming van streng naar knot te faciliteren? De streng om twee handen, een beetje meebewegen als de ander er een bolletje van maakte… Dat handwerk zag ik niet letterlijk terug op de tentoonstelling, maar ergens  moest die tussenstap geweest zijn… er was bijvoorbeeld sprake van dat vrouwen een kluwenhouder aan hun ceintuur droegen om te kunnen breien terwijl ze aan de wandel waren.  Wel heel veel voorbeelden, van heel fijn uitgewerkte babymutsjes tot en met stoere objecten in vrije kunst.

Bewonderenswaardig al die werkstukken met heel dun garen; in mijn jonge jaren waren we toch wat meer van de dikkere draden.

En na mijn textieluitstappen: De Friese historie, met goudvondsten uit de terpen (Friese historie: best wel veel goud aangetroffen als munt en als sieraad; goud werd steeds weer gerecycled maar je ziet toch een ‘dna’ ),

Alle klassiekers in de vorm van schilderijen en objecten om de Friese geschiedenis weer te geven; van het zwaard van Grutte Pier tot en met Pieter Jelles Troelstra en de stamboekkoe.

En dan nog de mythes rond Mata Hari.

Kortom:

Ga vooral kijken in het Fries Museum!

Mijn dag was pas echt goed omdat mijn gesprekspartner van de Friese AeroClub tevens schrijver van vele lesboeken mij ophaalde bij het Museum, me thuis ontving met thee en koek,  een super gesprek had over zweefvliegen en zijn bijdrage in het maken van lessen.. Ik herkende veel van mijn eigen lesbedrijf.

Al weet je alles; het leren aan anderen is een speciale vaardigheid. Je moet snappen wat zij moeilijk vonden om te snappen!

En is dat ook niet zo bij al die (Friese) traditionele vaardigheden?

Vakmanschap is meesterschap!

 

 

 

 

We vorderen.. ik kan al zoveel spelen dat ik onderhand samenspeel met een vriendin op piano

Ik oefen, ik speel al wat leuke stukjes. Ga zelfs al leuk wat samen spelen. Mijn vriendin is best onder de indruk van wat ik al kan; moet ook even accepteren dat ik een stukje dat zij aanreikt niet zal kunnen spelen “Heb ik nog niet gehad.. “. Maar de uitdaging blijft groot. Zo mag ik nu de Chromatische Toonladder gaan oefenen. Dat houdt in dat je met stapjes van een halve toon omhoog en dan weer omlaag gaat.Ja, en daar zit nu het probleem! Omhoog: je zet je vinger ergens en strijkt. Ja dit is een halve afstand. En daarna een hele. En zo gaan we lekker door tot de quint…Maar ja, dan terug. Mijn vingers zijn kennelijk inmiddels verschoven dus de beoogde tonen komen er niet uit. Viool… een klein en persoonlijk dingetje, maar een voorbeeld voor wat we willen. Onszelf uitleven in uitdagende activiteiten. Mensen ontmoeten waarmee we dat samen kunnen doen. Ik verheug me op onze eerstvolgende samenspeelmiddag!

… dan vind je een viool al gauw mooi.

Ik had een viool te huur sinds het begin van mijn vioolcarrière, nu een jaar geleden.

Zie ook https://wordpress.com/post/58308833/1668/

en https://wordpress.com/post/58308833/1314/  over het eerste begin van mijn vioolloopbaan..

Het beleven van een viool is echt heel wat anders, of je hem in een concertzaal  hoort of vlak naast je linker oor…

Dus toen mijn vioolleraar suggereerde dat ik misschien een viool zou kunnen kopen brak een periode aan van.. tja… waarom en hoezo, wat is het voordeel, en hoe kies je dan voor een eigen viool?

Nou heb ik al een voorgeschiedenis van het kopen van kunst; al zo’n jaar of 20 koop ik af en toe een beeld, of soms ook een schilderij. Duur? Och, is ook een kwestie van prioriteiten. Ik koop nooit een nieuwe auto, sterker nog: mijn auto-aankopen zijn altijd al 4-5-6 jaar oud! Een auto zakt dan al niet meer zo snel in waarde. Een kunstvoorwerp? Tja.. dat weet je nooit. Gaat jouw kunstenaar het maken? Want de prijs van een schilderij wordt bepaald door de oppervlakte vermenigvuldigd met de factor van de kunstenaar..(Olav Veldhuis, in de volgende publikatie kijkt hij meer genuanceerd..  http://www.eur.nl/nieuws/journalisten/archief/archief02/kunst/

Volgens mijn vioolleraar zakken violen in principe niet meer zo in prijs. Dat lijkt op de heel oude Renault 4 die ik ooit te koop aanbood voor 200 gulden.. de boodschap was toen: 200 gulden is een bodemprijs, alle stokoude auto’s met mankement kosten 200 gulden… en voor oudere zweefvliegtuigen geldt hetzelfde. Een Ka8 gaat nog steeds voor € 8000,-

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zo’n lief oud beestje vergeleken met de huidige super zweefvliegtuigen..  de ASH25

Nou ja, tot zover voor de associaties en parallellen.

Uit het netwerk van mijn vioolleraar kwam er een viool aanlopen… € 1000,- plus de strijkstok voor € 400,- (Strijkstokken is een verhaal apart; de prijs kan behoorlijk oplopen vooral afhankelijk van de kwaliteit van het hout; een paar paardenharen zijn niet zo ingewikkeld..) .

viool

Ik vond hem mooi klinken, ook in vergelijking met de demo die Martijn gaf van een stuk of wat andere violen. Hij ziet er ook mooi uit; hier en daar een  reparatie maar dat brengt de leeftijd met zich mee, en dat schept ook weer een band, als oudere…

Wat rondgevraagd in mijn muzikale netwerk: heeft iemand verstand van violen? En in het Stamhotel trof ik mijn goede vrienden die al een jaar of 50 violiste resp.  cellist zijn. Zij: Mooi instrument! Ze speelde er even op. Ja, goed. Even later kwam haar man de cellist binnen. Mooie klank! Gelijkmatig over de snaren.

Met zo’n commentaar van ervaren mensen voel je je extra sterk.

Verkocht!

.. ik speel nu bijna een jaar viool. En in dat jaar heb ik al veel ervaring opgedaan. Het instrument heb ik te huur van mijn vioolleraar; zo langzamerhand wordt het interessant om er een te gaan kopen. We hebben het erover. Inspelen van een nieuwe viool? Nou, als het een tweede-  derde- of tiendehands is, hoeft die viool niet meer ingespeeld te worden, dan is het meer een kwestie van wennen. Jij en de viool dus.

Misschien ga ik dat binnenkort meemaken. Tot nu toe speel ik nog steeds op dezelfde huurviool. Maar dat is al uitdagend genoeg.

Toen ik laatst deelnam aan een demo-middag van verschillende muziekleraren in Arnhem, kreeg ik van een van de andere deelnemers een opmerking over hoe ik mijn viool vasthield, dat was niet oké. Bij zo’n demo-middag kan je je voorstellen dat je doet “wat het is”  – op dat moment, en dat je niet op alle aspecten let. Maar daarna in de les komt het dan weer terug. De houding van de viool, hoe precies ten opzichte van je schouder? Je kin op het kinstuk? Je hand op de strijkstok? Je linkerhand die in een rare bocht de vingers op de snaren moet kunnen zetten? De afstand van je vingers op de snaren en het te korte elastiek daartussen?

En trouwens: de streek kan ook mooier en vooral de onafhankelijkheid van de linkerhand (de vingerzetting)en de rechterhand (de streek) zodat je geen haperingen hoort van de ene toon naar de andere.

Tja… ik wist het wel, maar hoe doe je dat?

Nu ben ik dus weer in een fase van techniek verbeteren: op al deze dingen letten, de toonladder oefeningen uit het nieuwe lesboek…

En ik realiseer me dat dit zo’n fase is waarin mensen afhaken.

Je ziet weinig vooruitgang, je moet investeren zonder veel opvallende succesnummers, Het doet pijn, die rekoefeningen. Als je niet oplet krijg je rsi-verschijnselen aan de hand waarmee je je strijkstok vasthoudt. (Vasthoudt? Nee, hanteren en regelmatig in beweging blijven..)

Redenen genoeg om te stoppen,

Maar ook redenen genoeg om door te gaan. Er zijn toch genoeg leuke ervaringen, en een motiverende leraar helpt er ook bij. De wekelijkse lessen van Martijn zijn een combi van spelen, samen spelen, praten over muziek en techniekaanwijzingen.

Ik ben nog nooit zo bewust bezig geweest met een leertraject. Misschien eens interessant om te veralgemeniseren naar leersystemen?